A N S E OCREAT RF G OE D : C IE Handboek V AN EN 'EV O TS F P RACTICE' Danserfgoed: cocreatie van 'events of practice' Originele titel: Dancing Heritages: Co-creating Events of Practice Originele tekst beschikbaar op: https://doi.org/10.3986/9789610510611 Geredigeerd door: Anja Serec Hodžar, Mieke Witkamp Design en lay-out: Darja Klančar Vertaling vanuit het Engels: Home Office Translations Taalbewerking: Mieke Witkamp Gepubliceerd door: ZRC SAZU, Institute of Ethnomusicology In naam van: Mojca Kovačič Uitgegeven door: ZRC SAZU, Založba ZRC De verantwoordelijke uitgever: Oto Luthar Hoofdredacteur van Založba ZRC: Aleš Pogačnik First e-edition. Ljubljana 2025 Het nummer werd gepubliceerd binnen het EU-project Dance as ICH: New Models of Facilitating Participatory Dance Events (Dance – ICH, Projectnr. 101056200), mede gefinancierd door de Europese Unie, het Creative Europe-programma. Gefinancierd door de Europese Unie. De hier geuite ideeën en meningen komen echter uitsluitend voor rekening van de auteur(s) en geven niet noodzakelijkerwijs die van de Europese Unie of het Europese Uitvoerende Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA) weer. Noch de Europese Unie, noch het EACEA kan ervoor aansprakelijk worden gesteld. Dance-ICH projectpartners: ASTRA National Museum Complex, CEMPER Centre for Music and Performing Arts Heritage in Flanders, Hellenic Folklore Research Centre of the Academy of Athens (HFRC–AA), Museums of Southern Trøndelag (MiST), School of Physical Education and Sport Science of the National and Kapodistrian University of Athens (NKUA–SPESS), Slovenski etnografski muzej (SEM), Norwegian Centre for Traditional Music and Dance (Sff), Hungarian Open Air Museum (SKANZEN), Znanstvenoraziskovalni center Slovenske akademije znanosti in umetnosti (ZRC SAZU). Op de vrij toegankelijke online versie van de eerste e-editie zijn de voorwaarden van de Creative Commons CC BY-NC-ND 4.0 International-licentie van toepassing: https://doi.org/10.3986/9789610510581 Kataložni zapis o publikaciji (CIP) pripravili v Narodni in univerzitetni knjižnici v Ljubljani COBISS.SI-ID=259147267 ISBN 978-961-05-1058-1 (PDF) INDEX 04 Inleiding 07 Noorwegen 14 Slovenië / Sloveens Etnografisch Museum 21 Roemenië 28 Hongarije 34 Slovenië / ZRC SAZU 41 Griekenland 48 Conclusie 50 Richtlijnen INLEIDING Tone Erlien Myrvold In het kader van het project DANCE as ICH: New models of facilitating Anja Serec Hodžar participatory dance events (DANS als immaterieel cultureel erfgoed: nieuwe Mieke Witkamp modellen voor het faciliteren van participatieve dansevenementen) hebben we een reis door Europa gemaakt. Een reis – van Noorwegen en België tot Slovenië, Roemenië, Hongarije en Griekenland – die ons in contact bracht met een rijke verscheidenheid aan danstradities, -gemeenschappen en -praktijken. Dit initiatief bracht niet alleen instellingen voor cultureel erfgoed, onderzoekers en kunstenaars samen, maar bevorderde bovenal een hechte samenwerking met gemeenschappen en nodigde hen uit om mee te werken aan de instandhouding van cultureel erfgoed. De kern van ons werk is een paradigmaverschuiving: van het beschouwen van immaterieel cultureel erfgoed als iets dat moet worden getoond naar iets dat moet worden beleefd, gedeeld en gezamenlijk gecreëerd. We onderzochten hoe musea en culturele instellingen kunnen fungeren als actieve facilitators – en niet alleen als tentoonstellers – van levende tradities. Door deze instellingen om te vormen tot ontmoetingsplaatsen worden ze plaatsen voor participatie, inclusie en empowerment, waar kennis van tradities wordt doorgegeven via belichaamd leren, betrokkenheid en dialoog. De lokale en regionale experimenten in dit handboek laten zien hoe actieve participatie een sterker gevoel van eigenaarschap van traditie bevordert. Dit is essentieel voor de duurzame overdracht van immaterieel cultureel erfgoed, zeker in hedendaagse samenlevingen die met culturele, sociale en financiële uitdagingen worden geconfronteerd. In plaats van uit het niets te beginnen, hebben we aangetoond hoe bestaande netwerken, plekken en relaties kunnen worden geactiveerd en heruitgevonden om dans te behouden als een vitaal en levendig onderdeel van het gemeenschapsleven. We zien daarbij een duidelijke rode draad: wanneer instellingen luisteren, cocreëren en empoweren, bloeien culturele praktijken. Het project heeft ook ons begrip van duurzame modellen voor de borging van Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 4 immaterieel cultureel erfgoed verdiept. We hebben danselementen, gecureerde evenementen, 'events participatieve benaderingen getest en gedocumenteerd of practice', de dansgemeenschap, het publiek die zowel lokaal inzetbaar als internationaal relevant en de museumprofessionals. Deze puzzelstukken zijn. Met onze toolbox – bestaande uit een handboek, moeten bewust op elkaar worden afgestemd om richtlijnen, tentoonstellingen en een transnationaal het duurzame doel te bereiken: het ondersteunen netwerk – willen we professionals, beleidsmakers en van de borging van dans binnen de museumcontext. gemeenschappen voorzien van praktische instrumenten Met zes tentoonstellingen en casestudy’s – die in voor toekomstige initiatieven. dit handboek worden besproken – heeft dit concept Dit werk ondersteunt rechtstreeks meerdere dansgemeenschappen geholpen hun praktijken voort duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's): te zetten, door nieuwe mogelijkheden te creëren voor zowel overdracht als bewustmaking. SDG 4: Kwaliteitsonderwijs door erfgoededucatie, In deze toolbox presenteren we zes verschillende SDG 10: Sociale en politieke inclusie, invalshoeken op waarom en hoe musea en cultureel- SDG 11: Sterkere, veerkrachtigere gemeenschappen erfgoedinstellingen een rol kunnen en moeten spelen in door middel van cultuur, toekomstige duurzame structuren voor de borging van SDG 17: Effectieve partnerschappen over sectoren en dans als immaterieel cultureel erfgoed. grenzen heen. Deze duurzame structuur - de 'events of practice Door exhibition' - moet daarom meer omvatten dan de dansparticipatie centraal te stellen – niet als spektakel, maar als evenementen zelf. Ten eerste moeten de evenementen gedeelde praktijk – verzekeren geen eenmalig karakter hebben en dienen ze ingebed we niet alleen de overdracht van danserfgoed, maar bouwen we ook bruggen tussen generaties, disciplines te zijn in een permanent kader. Ten tweede vereisen en sociale groepen. De ontwikkelde methodologieën ze de aanwezigheid van een facilitator in de rol van leggen de nadruk op ondersteuner die werkt op een dynamische manier bottom-up engagement, gedeeld eigenaarschap en culturele bemiddeling, in lijn met de en die ruimte laat voor voortdurende aanpassing. principes van het UNESCO-verdrag van 2003. Culturele instellingen en hun facilitatoren kunnen de dansgemeenschappen ondersteunen door hun Wij introduceren hierbij een nieuw concept: events activiteiten te promoten en te verankeren in hun of practice exhibition. Dit concept onderzoekt hoe de organisatie, zonder in te grijpen in de uitvoering van de dansopvattingen, perspectieven en participatie van immaterieel-erfgoedpraktijken zelf. Voor toekomstig lokale gemeenschappen kunnen worden benut om levend danserfgoed te verspreiden en relevant te maken voor museumbezoekers. Het concept kan gezien worden als optelsom van gezamenlijk gecreëerde tentoonstellingselementen, gecureerde dansevenementen, 'events of practice' (dans) en de dialoog tussen de tentoongestelde elementen, de dans en de dansers. Het concept 'events of practice exhibition' is dus de combinatie en verbinding van de getoonde Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 5 onderzoek is het van belang om deze methoden langdurig en in uiteenlopende contexten te bestuderen, en om de rolverdeling in cocreatieve processen en de duurzame structuren inzake financiering en middelen kritisch te bevragen. De afzonderlijke casestudy's worden gepresenteerd in aparte hoofdstukken, geordend volgens de kernactiviteit van elke projectpartner – variërend van klassieke musea tot openluchtmusea, onderzoeksinstellingen en universiteiten. Om duidelijkheid en vergelijkbaarheid te garanderen volgt elk hoofdstuk dezelfde structuur: Inleiding; Onze gemeenschap; Methodologie; Resultaten, oplossingen, publiek; Reflecties, uitdagingen, voordelen voor alle betrokkenen. Tijdens de projectactiviteiten hebben we vastgesteld dat bepaalde kernbegrippen door experts en onderzoekers verschillend worden geïnterpreteerd. Daarom vermelden we bij elke casestudy vijf kernbegrippen en lichten we toe hoe deze werden begrepen in de specifieke context: cocreatie, facilitator, participatief, overdracht en gemeenschap. We kozen ervoor om deze verschillende interpretaties zichtbaar te maken omdat woorden, zelfs binnen hetzelfde culturele domein en in een Europees kader, verschillende betekenissen kunnen dragen. Deze verschillen weerspiegelen linguïstische, culturele en institutionele variatie. In plaats van één definitie op te leggen, beschouwen wij deze diversiteit als verrijkend en essentieel voor betekenisvolle Europese samenwerking. We nodigen je uit om deze modellen te verkennen, te bevragen, uit te breiden en verder te ontwikkelen. Het gaat ons niet enkel om dans: we bespreken hoe gemeenschappen en instellingen gezamenlijk kunnen bouwen aan een duurzame toekomst voor ons gedeelde, levende culturele erfgoed. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 6 NOORWEGEN Tone Erlien Myrvold Inleiding Twee Noorse projectpartners – beide gevestigd in Trondheim, Noorwegen – werken mee aan deze casestudy. Het Noorse Centrum voor Traditionele Muziek en Dans (hierna 'Sff'), erkend als UNESCO-ngo op grond van het Conventie voor het borgen van immaterieel cultureel erfgoed (2003), heeft als opdracht het promoten, borgen en doorgeven van Noorse traditionele muziek en dans als een expressie van culturele identiteit. De tweede partner is de nationale muziekmusea die onderdeel zijn van ‘De musea van Zuid-Trøndelag’ (hierna 'MiST'), één van de grootste culturele instellingen van Noorwegen. Rockheim – een museum voor populaire muziek – en het Ringve Muziekmuseum zijn nationaal verantwoordelijk voor het documenteren van en communiceren over het Noorse muzikale erfgoed over een breed spectrum van genres. Dit omvat zowel de Noorse muziekgeschiedenis en muziekinstrumenten als het beheer en de verspreiding van het materiële, immateriële en digitale muziekerfgoed van Noorwegen. Met vijftig jaar ervaring in gemeenschapsbetrokkenheid heeft Sff een methodologie ontwikkeld om beoefenaars van immaterieel cultureel erfgoed te betrekken bij het doorgeven van danskennis, het ontwikkelen van borgingsmaatregelen, netwerken, en het gezamenlijk creëren van een archief voor volksdans en volksmuziek, inclusief de verspreiding daarvan. Rockheim en Ringve, als onderdeel van MiST, werken intensief samen met scholen en verlenen jaarlijks hun medewerking aan een breed scala van publieke evenementen. De musea waarderen het plezier dat ze zien bij hun dansende publiek, evenals de manier waarop verschillende muziekstijlen zich vertalen naar beweging en dansstijlen. Dans is een natuurlijk onderdeel van muziek, en andersom. Daarom heeft dans als immaterieel cultureel erfgoed al lange tijd een plaats in de musea. Onze doelgroep is de dansgemeenschap in Trondheim die, door middel van dans en het bespelen van traditionele instrumenten, het gemeenschappelijke Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 7 Foto 1. Event of practice exhibition 'Gammel Groove'. Rockheim Museum, Trondheim, 2024. Foto: Jana Pavlova. dansfeestrepertoire uit de regio beoefent. Lokale dansfeesten in Trondheim en omgeving zijn al een eeuw lang natuurlijke ontmoetingsplaatsen. Het ondersteunen van deze gemeenschappen bij het bereiken van nieuwe beoefenaars en publiek is een belangrijk doel van dit project. Dit resulteert in duurzame 'events of practice exhibitions' die blijvend kunnen fungeren als ontmoetingsplaatsen voor het doorgeven van dans als levend erfgoed. Onze gemeenschap In Noorwegen zijn danserfgoedgemeenschappen klein in hun lokale omgeving, maar maken ze vaak deel uit van een bredere regionale gemeenschap. Onze gemeenschap is een samenstelling van verschillende groepen en dansgenres, die gezamenlijk onder de noemer Trøndersk gammaldans vallen. Deze dansgemeenschappen in Trondheim en omgeving beoefenen een combinatie van traditionele volksdansen zoals wals, reinlender (schottis), mazurka, polka, pols (de dorpsdans uit onze regio), en de Noorse vormen van swingdans zoals foxtrot, slow en one-step. Deze dansen worden al eeuwenlang beoefend en leven tot op de dag van vandaag voort. In onze deelnemersgroep zijn leden van vijftien verschillende organisaties actief, naast enkele individuele liefhebbers die een belangrijke rol spelen in de huidige beoefening van traditionele dans en muziek. Deze dansen, volksdansen en swing, worden vandaag de dag nog steeds beoefend in dansgroepen die één keer per week informeel repeteren. De dansgemeenschappen benoemen het ontbreken van goede, informele, intergenerationele ontmoetingsplaatsen voor dansfeesten als gedeelde Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 8 uitdaging. Dansfeesten, zowel informeel als het veldwerk en het cocreatieve proces in de aangekondigde en publiek toegankelijke dansfeesten, daaropvolgende maanden. zijn al decennialang vooral een ontmoetingsplek voor Alle bijeenkomsten werden gevolgd door dansfeesten oudere generaties, terwijl jongere generaties nauwelijks waar iedereen gratis aan kon deelnemen, met toegang hebben tot plekken om te dansen. livemuziek en optredens van populaire bands die Binnen de tentoonstelling wordt de gemeenschap vele honderden dansers, jong en oud, op de been gerepresenteerd via intergenerationele dansfeesten, brachten. De documentatie van veldwerk, cocreatieve met speciale aandacht voor kinderen en jongeren. bijeenkomsten en dansfeesten leverde rijk en waardevol Dit blijkt vaak een stimulans te zijn voor de werving materiaal op voor tentoonstellingen, onderzoek en de van nieuwe leden voor de dansgemeenschappen. overdracht van immaterieel cultureel erfgoed. Zowel Ringve/Rockheim als het Sff merken dat jongere leeftijdsgroepen uitstekende doelgroepen Foto 2. Ontmoeting met dansleraren. Rockheim Museum, zijn om inclusie, representativiteit en diversiteit Trondheim, 2024. Foto: Jana Pavlova. te bevorderen. Daarnaast hebben studenten en jongvolwassenen na de coronapandemie extra behoefte aan ontmoetingsplaatsen waar zij zich welkom en verbonden voelen. Methodologie De twee Noorse partners in dit project wilden samenwerken aan een traject dat bestond uit een veldwerkperiode, gevolgd door een cocreatief proces met de dansgemeenschap in Trondheim. De gekozen dansgemeenschap omvat alle groepen, individuele dansers, muziekbands en vrijwilligersverenigingen binnen de genres gammeldans en swing. Na het versturen van een digitale enquête naar de dansgemeenschap in Trondheim, werden uiteindelijk vijftien dansgroepen en muziekbands betrokken bij een intensief traject van twee maanden veldwerk, gevolgd door een cocreatief proces van zes maanden. Tijdens vier grotere bijeenkomsten in de musea, waarbij we de bevindingen en resultaten van interviews en groepswerk deelden, kregen we de gelegenheid om te discussiëren en te stemmen over drie centrale vragen: 1. Wie ben jij en wat is jouw organisatie? 2. Hoe kunnen Foto 3. Danscursus. Rockheim Museum, Trondheim, 2024. Foto: Jana Pavlova. we je helpen? en 3. Laten we samen dromen. De aanwezigen wisselden ideeën uit en deelden hun ervaringen, wat leidde tot nieuwe ideeën voor Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 9 Resultaten, oplossingen, publiek Tijdens het veldwerk en het cocreatieve proces werden enkele gemeenschappelijke uitdagingen en doelstellingen vastgesteld: 1. De behoefte aan plaatsen waar de verschillende dansgemeenschappen kunnen samenkomen. 2. Een danshuis in Trondheim dat het organiseren van dansactiviteiten voor alle dansgemeenschappen vergemakkelijkt. 3. Meer en goed opgeleide dansinstructeurs. 4. Kwalitatieve muziek, zowel live als digitaal, voor lesdoeleinden. 5. Aantrekken van nieuwe leden. 6. Verbeterde structuren voor muziek en dans op reguliere scholen en in naschoolse muziek- en dansscholen, in samenwerking met vrijwilligersinitiatieven. 7. Het versterken van de financiële positie van de vrijwilligersgemeenschappen en het optimaal benutten van de positieve synergieën die voortkomen uit hun samenwerking met instellingen. 8. De organisatie van evenementen om de zichtbaarheid en populariteit te vergroten, inclusief marketing, kennisdeling en bewustmaking bij het brede publiek. Foto 4. Schooltour. Nypvang skole, Trondheim, 2025. Foto: Nypvang skole. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 10 Foto 5. Event of practice exhibition. 'Ungdommelig dansefest'. Rockheim Museum, Trondheim, 2024. Foto: Celina Gallo. Op basis van deze uitgangspunten ontwikkelden we in cocreatie met de dans- en muziekgemeenschap gezamenlijke voorstellen. Deze initiatieven werden geïmplementeerd door het opzetten van een coördinatieplatform, het organiseren van grootschalige dansevenementen met bekende muzikanten en het creëren van ontmoetingsplaatsen voor de lange termijn met livemuziek en gemengde dansstijlen, wat uiteindelijk zal leiden tot een gemeenschapsgericht danshuis in Trondheim. Het project legde ook de nadruk op educatie, met dans- en muziekworkshops voor leraren, studenten en gemeenschapsorganisaties, schoolbezoeken door jonge instructeurs, educatieve pakketten en trainingen voor leerling-instructeurs. We streefden naar een goed geplande implementatie op basis van gedeeld eigenaarschap van de resultaten, waarbij de leiders van de gemeenschap werden gehoord vóór en tijdens de planning en uitvoering van de initiatieven. Dit resulteerde in drie grote dansweekends bij Rockheim, inclusief seminars, dansfeesten met topdansmuzikanten, cursussen voor dansinstructeurs en trainingen voor leraren en kleuterleidsters. Daarnaast voerden we schoolbezoeken uit, promootten we traditionele dans tijdens het Wereldkampioenschap Noorse ski, en vertegenwoordigden we de wensen en behoeften van de gemeenschap in bijeenkomsten met culturele instellingen, politici en wetenschappelijke netwerken. Deze aanpak laat zien hoe het concept events of practice exhibition in de Noorse context vorm krijgt: door kennisoverdracht aan zowel het brede publiek, studenten en scholieren, als dansliefhebbers te combineren met het creëren van danslocaties en ontmoetingsplaatsen voor dans. Dit verhoogt het bewustzijn van de maatschappelijke waarde van traditionele muziek en dans voor sociale duurzaamheid, waarbij muziek en dans bijdragen aan welzijn en recreatie voor jong en oud. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 11 Reflecties, uitdagingen, geïmplementeerd moeten worden. Deze lijst is een mix van de behoeften en wensen van de gemeenschappen voordelen voor alle betrokkenen en de ideeën en middelen van het Ringve-museum, Door dit project hebben we een grote gemeenschap Rockheim-museum en het Sff, in het kader van onze van volksdansers, swingdansers en muzikanten leren rol als nationale cultureel-erfgoedinstellingen. Het kennen. Het faciliteren van gemeenschappelijke opstellen van deze lijst gebeurde cocreatief, met ontmoetingsplaatsen werd zeer gewaardeerd aandacht voor relevante actuele cultuurpolitiek en en creëerde positieve synergieën binnen de uitdagingen in de hedendaagse samenleving, en in gemeenschappen. samenwerking met andere lokale actoren. Door We beoordelen ons proces als geslaagd, omdat we dit bottom-up proces, met de gemeenschap in het inzicht kregen in de verwachtingen en behoeften middelpunt, kreeg de gemeenschap instrumenten in van de gemeenschappen wat betreft het borgen van handen om de uitdagingen bij het doorgeven van lokale hun dansen en dansontmoetingsplaatsen. Dankzij danskennis beter te herkennen en te overwinnen. veldwerk en het cocreatieve proces verwierf de Noorse Tegelijkertijd verworven wij als instellingen waardevolle onderzoeksgroep waardevolle inzichten en kennis inzichten en kennis over het creëren en beheren van het veld, waarmee het project verder kon worden van duurzame procesbegeleidingsmodellen voor het vormgegeven in lijn met de wensen, dromen en zorgen gezamenlijk ontwikkelen van borgingsmaatregelen met van de gemeenschap. de dansgemeenschappen voor dans als levend erfgoed. Hoewel cocreatie nieuw was voor de meeste gemeenschappen, merkten we geen gebrek aan interesse voor deelname. De betrokkenheid van de gemeenschap verheugt ons. Mensen namen actief deel aan dit open proces, waarin alle ideeën een kans kregen zonder vooraf bepaalde uitkomsten. De rol van de partnerinstellingen werd pas vanaf de tweede bijeenkomst bekendgemaakt, om verwachtingen te verduidelijken en de basis te leggen voor de rest van het project. Door de openheid van het proces kregen we ook feedback over conflicterende rollen, competitieve elementen en onduidelijke doelen. Desondanks slaagden we erin om de ondersteuning voor dansgemeenschappen van immaterieel cultureel erfgoed uit te breiden en te verbeteren en een dialoog tussen de gemeenschap en de instellingen op gang te brengen. Dit versterkte het doel van deze casestudy: langdurige en grondige samenwerking met dansliefhebbers en de dansgemeenschap. Het resultaat van ons veldwerk en het ondersteuningsproces was een lijst met borgingsmaatregelen die in Trondheim Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 12 Cocreatie: een partnerschap waarbij beide partijen bij de start van een project hun behoeften en doelen definiëren en samenwerken om deze te vervullen en realiseren. Gemeenschappen hebben meer invloed dan in een regulier participatief project, maar de doelen van zowel de instelling als de gemeenschappen moeten worden bereikt en het eindresultaat van de samenwerking is gedeeld. Facilitator: een neutrale persoon die een groep mensen helpt hun gemeenschappelijke doelen te begrijpen en ondersteunt bij het plannen en realiseren ervan. De facilitator heeft geen machtspositie en deelt geen eigen kennis. In plaats daarvan creeert de facilitator structuren en processen die de groep helpen om hun eigen ideeën te communiceren. Participatief: mensen in staat stellen deel te nemen aan of betrokken te raken bij een activiteit. Een benadering of methode waarbij praktijken, processen of evenementen gezamenlijk met de deelnemers zelf worden ontwikkeld - in het bijzonder met traditiedragers en beoefenaars van immaterieel cultureel erfgoed. Dit betekent dat deelnemers niet slechts bijdragen leveren, maar cocreatoren zijn met echte invloed op beslissingen, inhoud en implementatie. Het is een bottom-up proces, gebaseerd op gelijkwaardige dialoog, wederzijds leren en gedeeld eigenaarschap, waarbij instellingen optreden als facilitators of ondersteuners in plaats van als regisseurs. Transmissie: maatregelen om ervoor te zorgen dat belichaamde elementen van immaterieel cultureel erfgoed voortdurend evolueren, terwijl ze van persoon tot persoon en van generatie op generatie worden doorgegeven. Gemeenschap: "mensen die waarde hechten aan specifieke aspecten van cultureel erfgoed die ze, binnen het kader van publieke actie, wensen te behouden en aan toekomstige generaties door te geven" (Raad van Europa, 2005). Deze erfgoedgemeenschap valt niet per se samen met een lokale of etnische gemeenschap, maar eerder met een zogenaamde praktijkgemeenschap (community of practice). Buiten het erfgoed dat ze delen, kennen de leden van zo'n praktijkgemeenschap elkaar niet noodzakelijkerwijs en delen ze ook niet per se andere praktijken of interesses. Met andere woorden, een erfgoedgemeenschap bestaat uit iedereen die op één of andere manier verbonden is met de betreffende immaterieel erfgoed-praktijk. Voor muziek- en danspraktijken omvat dit muzikanten, dansers en publiek, maar ook andere betrokkenen zoals organisatoren van evenementen, kostuummakers, leden van de lokale gemeenschap, vrienden en familie. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 13 SLOVENIË / SLOVEENS ETNOGRAFISCH MUSEUM Adela Pukl Inleiding Anja Jerin Het Sloveens Etnografisch Museum (hierna ‘SEM’) vervult zijn taken als nationaal coördinator voor de borging van immaterieel cultureel erfgoed en zorgt voor de uitvoering van de UNESCO-Conventie voor het borgen van immaterieel cultureel erfgoed (2003) in Slovenië. In het kader daarvan werkt het SEM voortdurend samen met de dragers van immaterieel cultureel erfgoed in het veld, waarvan de activiteiten worden vastgelegd in het Register van immaterieel cultureel erfgoed. Een deel van dit register betreft ook volksdanserfgoed, dat nog leeft en actieve dragers heeft die zich inzetten voor de ontwikkeling en overdracht ervan. De Sloveense danstraditie omvat een grote verscheidenheid aan dansen. Tegenwoordig worden de meeste Sloveense volksdansen alleen nog uitgevoerd tijdens optredens van volksdansgroepen, maar twee dansen – de sotiš en de šamarjanka – zijn nog springlevend. De sotiš en šamarjanka werden in 2021 opgenomen in het Register van immaterieel cultureel erfgoed. Beiden zijn koppeldansen die spontaan worden gedanst bij verschillende gelegenheden, bijvoorbeeld op feestjes, familiebijeenkomsten, bruiloften, schoolbals en festivals. De regio waar deze dansen nog het meest beoefend worden is Prekmurje (in het uiterste noordoosten van Slovenië), waar deze dansen een belangrijk onderdeel vormen van de lokale identiteit. Veel dansers maken ook deel uit van volksdansgroepen, waar verschillende generaties, van jong tot oud, verschillende choreografieën ontwikkelen. Hierin komt zowel hun creativiteit als hun verbondenheid met traditie tot uiting. Volksdansgroepen spelen een belangrijke rol in de overdracht van kennis en in het vergroten van het bewustzijn van de aanwezigheid van danstradities in Prekmurje. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 14 Foto 1: Opname van een pedagogische film in een studio voor de tentoonstelling 'Dans – Europa's levende erfgoed in beweging', Ljubljana, Slovenië, 2024. Foto: Adela Pukl. Onze gemeenschap De dansgemeenschap bestaat uit jongens en meisjes, mannen en vrouwen van alle leeftijden, die samen spontaan dansen op verschillende vieringen en feesten, maar ook optreden als leden van volksdansgroepen. Sommigen zijn professionele dansers, maar voor de meesten is deelnemen aan een volksdansgroep een vrijetijdsbesteding. Het eerste volksdansensemble in Beltinci werd opgericht in 1938. Tegenwoordig zijn er meerdere actief in deze regio. Wat de leden verbindt is vriendschap en volharding, maar ook de wens om traditionele volksdansen, liederen, gebruiken, tradities en spelletjes uit de regio Prekmurje te leren kennen en door te geven. De muziek – een belangrijk element bij het dansen – wordt verzorgd door verschillende muzikanten: soms alleen een accordeonist, andere keren een volledige muziekgroep. Op de tentoonstelling Dance as ICH (Dans als immaterieel cultureel erfgoed) werd het danserfgoed, zoals gezien en beleefd door de lokale dansgemeenschap, ook gepresenteerd via videomateriaal. Vertegenwoordigers van deze gemeenschap zijn meestal dansleraren die hun kennis doorgeven, zowel aan basisschoolleerlingen als aan middelbare scholieren en volwassenen. Zij passen hun lesmethoden aan op de verschillende leeftijdsgroepen. Een belangrijke overdracht van kennis vindt bovendien plaats binnen families. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 15 Methodologie De dansgemeenschap die ons ondersteunde bij het opzetten van de tentoonstelling en de bijbehorende evenementen in het SEM, zet zich actief in voor het borgen van levende erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Tijdens onze bijeenkomsten met de erfgoeddragers bespraken we danstradities, kennisoverdracht, hun activiteiten, het belang van erfgoedbehoud voor de lokale gemeenschap en de rol van dans in hun leven. Tijdens gesprekken met de culturele vereniging ‘Marko’ uit Beltinci werd duidelijk dat ze uitkeken naar hun deelname aan het project en enthousiast waren om hun lokale erfgoed in een nieuwe context te presenteren. Samen planden we het filmschema en namen we videomateriaal op voor de tentoonstelling, waaronder presentatievideo's, educatieve video’s en documentaires. Het wederzijdse vertrouwen en respect dat tijdens de voorbereiding van het tentoonstellingsmateriaal ontstond, leidde tot een tentoonstelling waarmee zowel de erfgoeddragers als de museumcuratoren zich konden identificeren. Foto 2: Museumbezoekers kunnen de sotiš leren dansen via een interactieve presentatie, Ljubljana, Slovenië, 2025. Foto: Adela Pukl. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 16 Resultaten, oplossingen, delen. Het filmen vergde dan ook een zorgvuldige voorbereiding, waaronder voorafgaande bijeenkomsten, publiek een proefopname, een script en duidelijke afstemming De tentoonstelling presenteerde het danserfgoed van de doelstellingen. van Prekmurje – de dansen sotiš en šamarjanka – in Het belangrijkste voor ons was dat de dragers hun een nieuwe context: het museum. Deze musealisering erfgoed in de museumcontext konden presenteren van dans als immaterieel cultureel erfgoed bleek onze zoals zij het zelf beleven en begrijpen. Zo mochten grootste uitdaging. zij zelf kiezen welke muzikant hen begeleidde (een Musea zijn geopend op momenten dat dansers naar accordeonist) en welk tempo ze wilden dansen. Zij school gaan of aan het werk zijn, waardoor zij niet altijd besloten om de dans op live muziek te laten vastleggen. aanwezig kunnen zijn tijdens de openingsuren. Daarom Tijdens het hele proces hielden we rekening met moesten we museumbezoekers ook een programma de wensen van de dansgemeenschap en creëerden aanbieden dat enerzijds de dans zelf toont en anderzijds we materiaal dat ook nog na afloop van het project het erfgoed dichter bij de bezoekers brengt via in het SEM te zien zal zijn. Deze interactieve persoonlijke ervaring. Dit heeft ons ertoe aangezet om tentoonstellingen, die kennis verspreiden over het virtuele interactieve workshops te organiseren voor wie (immaterieel) danserfgoed, zijn een enorme bijdrage de basispassen van beide geselecteerde dansen wilde aan het museum. In de woorden van de leden van de leren. Het filmen van deze dansen was een uitdaging dansgemeenschap: “We zijn erg trots dat we de kans voor alle betrokkenen, van dansers en curatoren tot de hebben gekregen om met het Sloveens Etnografisch cameraman. Museum samen te werken aan het creëren van deze Het danspaar dat de dansen uitvoerde, bestond uit tentoonstelling en dansevenementen. Het was voor onze amateurdansers die al van jongs af aan dansten. Voor vereniging een eer om onze toewijding aan de borging van hen was het moeilijk om gefilmd te worden omdat cultureel erfgoed aan het grote publiek te kunnen tonen, zij hun bewegingen instinctief uitvoeren zonder er maar ook een bijzondere uitdaging om een manier te bewust over na te denken, terwijl wij hen vroegen vinden om onze folklore op een andere, meer eigentijdse om de dansvarianten op te splitsen in afzonderlijke manier te presenteren.” Foto 3: Events of practice exhibition in het Sloveens Etnografisch Museum, Ljubljana, Slovenië, 2025. Foto: Anja Jerin. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 17 Een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling Foto 4: Podiumoptreden van de dansgroep bij de opening van de waren ook vijf events of practice exhibitions voor tentoonstelling, Ljubljana, Slovenië, 2024. Foto: Miha Špiček. kinderen, studenten, volwassenen en professionals. Tijdens deze evenementen in het museum leerden de deelnemers de sotiš en šamarjanka dansen, onder begeleiding van de dansgemeenschap. De leden pasten de danslessen aan op basis van de voorkennis, leeftijd en het aantal deelnemers. We hebben allemaal iets nieuws geleerd en er veel plezier aan beleefd. Reflecties, uitdagingen, voordelen voor alle betrokkenen De danstentoonstelling is een nieuwe onderneming voor het SEM, omdat dans immaterieel cultureel erfgoed is dat moeilijk te materialiseren en te presenteren (musealiseren) is. Ons doel was om dans niet alleen te tonen als iets waar volksdansgroepen zich mee bezighouden, maar ook als een spontane activiteit die geen speciale kleding vereist. Dit konden we communiceren via interactieve virtuele inhoud. Aangezien de dansgemeenschap echter ten minste enkele van haar dansen wilde opvoeren in historische Foto 5: Overdracht van kennis over danserfgoed aan jongere kostuums, werden vier kostuums van de generaties in een basisschool, Beltinci, Slovenië, 2021. volksdansgroep opgenomen in de tentoonstelling. Foto: Adela Pukl. Voor de museumprofessionals was het een uitdaging om samen te werken met de dansgemeenschap. We moesten allemaal iets leren en ons aanpassen om ons gezamenlijke doel te bereiken. Onze belangrijkste link met de dansgemeenschap was Jelka Breznik, die het volgende opmerkte: “Meewerken aan het project (veldwerk, het opzetten van de tentoonstelling, dansevenementen, etc.) was zeer de moeite waard. Ik zag het als een blijk van erkenning en trots, maar ook als een kans om van gedachten te wisselen en samen te werken met andere professionals die me veel Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 18 hebben geleerd. Het afstemmen van onze verwachtingen en visies was boeiend, maar het belangrijkste was samenwerken mensen die elkaar respecteren en hetzelfde doel nastreven: het borgen van ons cultureel erfgoed.” Dans en muziek gaan hand in hand. Door de samenwerking met de dansgemeenschap werd duidelijk hoe belangrijk live muziek is, of het nu door een band of door één accordeonist wordt gespeeld. Dit onderstreept de levendigheid van dans, zoals die tot uiting komt in zijn talloze variaties, waardoor nieuwe vormen kunnen ontstaan, terwijl er steeds naar de wortels wordt teruggegrepen. Onze dansevenementen voor kinderen, studenten en volwassenen werden begeleid door live muziek. Voor sommigen was het een gelegenheid om samen te komen, voor anderen, in de woorden van één van de bezoekers, een kans om "te breken met de stereotypen rond danserfgoed door de directe ervaring van het leren van een volksdans. In Slovenië is volksdans in zijn diverse vormen nog steeds het voorwerp van bepaalde stereotypen en zelfs stigma's. Volksdansvoorstellingen in stedelijke omgevingen zijn daarom belangrijk om de negatieve ideeën rond volksdansen en dansgemeenschappen weg te nemen. Ik zou het geweldig vinden als er meer van zulke gelegenheden waren!” Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 19 Cocreatie richt zich op het gezamenlijk ontwikkelen van iets nieuws, met inbreng van alle betrokkenen. Een facilitator is een persoon die tijdens vergaderingen of besprekingen een groep mensen helpt om beter samen te werken, hun gemeenschappelijke doelstellingen te begrijpen en te plannen hoe ze die doelstellingen kunnen verwezenlijken. Hierbij blijft de facilitator 'neutraal', wat betekent dat hij of zij geen specifiek standpunt inneemt in de bespreking. Participatief betekent dat mensen de kans krijgen om mee te beslissen over de manier waarop iets wordt gedaan. Transmissie is de manier waarop/ het proces waarbij iemand verschillende soorten kennis verwerft en vaardigheden leert. Kennis en vaardigheden kunnen lineair of horizontaal worden overgedragen. Gemeenschap: mensen, groepen en, in voorkomend geval, individuen die erfgoed creëren, in stand houden, borgen en overdragen. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 20 ROEMENIË Simona Malearov Inleiding Raluca Ioana Andrei Teodora Verza de rechteroever van de rivier de Olt, is het resultaat van uitgebreide De studie van de Lads Group uit Rucăr, district Brașov, een dorp op onderzoeksprojecten van het ASTRA Museum. Rucăr is een voorbeeld van een Roemeense gemeenschap met een rijke danscultuur die tradities, inclusief elementen van sociale dans, in stand houdt en tegelijkertijd aanpast. Een gemeenschap verwijst naar een groep mensen die in een bepaald geografisch gebied wonen en regelmatig met elkaar omgaan, waardoor banden ontstaan op basis van buurt, cultuur of gemeenschappelijke gebruiken. De keuze viel op deze gemeenschap op basis van haar organisatie en werking, die haar onderscheidt van andere hedendaagse gemeenschappen. De dansen van de Lads Group – de mannelijke dans Fecioreasca, de koppeldansen Poșovoaica (Hațegana) en Șchioapa (Învârtita), en de groepsdans Jiana en Sârba – worden opgevoerd bij belangrijke wintervieringen. De bewegingen van elk type dans worden van generatie op generatie doorgegeven door imitatie. Ervaren leden van de Lads Group hebben de taak om ervoor te zorgen dat jongere leden de danstechnieken begrijpen en onder de knie krijgen. Het museum ondersteunt een groep jonge mensen die gehecht zijn aan de traditie. De aanvullende elementen – het kostuum, de kreten, de muziek en de choreografie – maken de traditionele dansen tot een rijke uiting van immaterieel erfgoed. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 21 Foto 1: Repetities in het gemeenschapscentrum, Rucăr, 2023. Foto: Karla Roșca. Het beoogde resultaat voor de gemeenschap was het vergroten van de zichtbaarheid, met als doel toeristen aan te trekken die de gebruiken van deze erfgoedgemeenschap willen ervaren. Het museum fungeert hierbij als bemiddelaar tussen de gemeenschap en het brede publiek, en draagt zo bij aan het behoud van de lokale eigenheid. Onze gemeenschap In Rucăr vindt de transmissie van dans via de Lads Group plaats doordat de gemeenschap dit cultureel erfgoed als het hare beschouwt. De groep functioneert binnen de context van kalendergebruiken, heeft een sterk collectief karakter en treedt op met een cyclische frequentie. De activiteiten van de Lads Group zijn de hoogtepunten van de winterfestiviteiten, momenten met een bijzondere waarde voor herbronning. Begin december komen ongehuwde jongens en meisjes samen in een huis Foto 2: Kaart van (de Host) om de groep te vormen, elk met duidelijk omschreven rollen en het gebied van de casestudy. verantwoordelijkheden. Tegen Kerstmis heeft iedereen het hele repertoire van dansen en kreten geleerd en ingestudeerd. Op kerstavond gaan alleen de jongens kerstliedjes zingen. Ze brengen een bezoek aan dorpsfiguren en gaan daarna langs de huizen van ongehuwde meisjes, die zich bij hen aansluiten. Op Kerstmis, Driekoningen en Sint Jansdag komt de gemeenschap 's middags samen in het cultureel centrum, waar de groep begint te dansen. Op oudejaarsavond danst de groep bij kruispunten en gemeenschappelijke waterputten opdat de watervoorziening voor het hele dorp verzekerd zou blijven. Dit zijn elementen van continuïteit, behoud van traditie en vernieuwing. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 22 Eén zaal in de tentoonstelling werd volledig ingericht in samenwerking met de leden van de gemeenschap in een cocreatieproces. Zij schonken traditionele klederdracht, gaven hun mening over de presentatie van de objecten en selecteerden archieffoto's die het meest representatief zijn voor de gemeenschap. Daarnaast werden de resultaten van veldwerk en archiefonderzoek uit 2022 - 2024 gepresenteerd in de vorm van een documentaire gewijd aan de Lads Group. Methodologie De casestudy maakte gebruik van een uitgebreide methodologie: veldonderzoek, analyse van muzikaal en choreografisch repertoire, en verkenning van specifieke locaties. Direct contact met leden van de Lads Group en de lokale gemeenschap onthulde de diepe verwevenheid tussen muziek, dans, ritueel en de locatie (voor repetities of festiviteiten). Er werd onderzocht welke rol het muzikale repertoire speelt bij het vormen van de traditionele identiteit. Het ASTRA Museum documenteerde en promootte het immateriële erfgoed van de Lads Group via samenwerkingen, evenementen, workshops en ondersteuning, wat de zichtbaarheid van de gemeenschap vergrootte. Leden van de gemeenschap namen deel aan werkvergaderingen waar archiefmateriaal werd gedeeld, waardoor een bottom-up dialoog ontstond, geworteld in lokale kennis. Audio- en video-opnames ondersteunden het begrip van regionale culturele identiteit en de waarde van lokale dans binnen het Europese erfgoed. De gemeenschap greep de kans aan om haar gebruiken in de tentoonstelling te delen. Foto 3: De Lads Group uit Rucăr, 2022. Foto: Dumitru Andrei. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 23 Resultaten, oplossingen, publiek De erfgoedgemeenschappen en het publiek dat verschillende soorten dans wilde ervaren, kon actief deelnemen aan alle praktijkevenementen. Deze waren bedoeld om dansevenementen, waar deelnemers met elkaar in contact komen en een leuke tijd beleven, te stimuleren door in het museum een dansplek te creëren. De door erfgoedgemeenschappen gepresenteerde dansen – de Învârtita, Hațegana, Fecioreasca en Jiana – illustreerden de rijkdom en diversiteit van het materiële en immateriële culturele erfgoed van de gemeenschap. De deelnemers leerden de specifieke dansstijlen van elke etnische gemeenschap via ritmische bewegingen. De events of practice exhibition was gericht op het demonstreren van Europese dansen door een interactieve en educatieve ruimte te creëren. Deze evenementen faciliteerden een culturele uitwisseling tussen beoefenaars en publiek, stimuleerden een interculturele dialoog en promootten dans als een vorm van actief erfgoed. Tijdens deze evenementen verzamelden we indrukken van de deelnemers via vragenlijsten en directe interviews. Veel bezoekers gaven aan dat ze verheugd waren over de mogelijkheid om traditionele dansen te leren in een interactieve omgeving. Sommigen van hen benadrukten dat ze zich sterker verbonden voelden met Roemeense tradities en dat ze vooral onder de indruk waren van het gevoel van welzijn dat door dans ontstaat, de authenticiteit van de ervaring en de band tussen de deelnemers. Foto 4: De Lads Group op het praktijkevenement, Sibiu, 2024. Foto: Silviu Popa. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 24 Met doeltreffende marketingcommunicatie werd een divers publiek aangetrokken, van dansliefhebbers en specialisten tot het grote publiek, waaronder kinderen, jongeren en volwassenen. De promotiestrategie was erop gericht een divers publiek aan te trekken via communicatie, promotie en mediaverspreiding op lokale, nationale en internationale platforms, zowel online als offline. We wilden een band tussen bezoekers en nationale tradities tot stand brengen, waarbij we benadrukten hoe waardevol dans is voor het behoud van culturele identiteit en de versterking van interculturele banden. De evenementen waren toegankelijk en educatief, prikkelden de nieuwsgierigheid en stimuleerden de actieve betrokkenheid van het publiek. Over het geheel genomen hadden de events of practice als doel waardering en begrip te wekken voor participatieve danstradities uit Roemenië als een integraal onderdeel van het Europese culturele erfgoed. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 25 Reflecties, uitdagingen en dansworkshops, met als doel jongeren te sensibiliseren en hun interesse in deze traditie te vergroten. voordelen voor alle betrokkenen De georganiseerde evenementen hadden een grote Vandaag zijn er in de gemeente Viștea slechts twee impact op de deelnemers: zij kregen de kans om hun groepen actief in de vijf dorpen die tot de gemeente creativiteit te uiten via dans en hun kennis door te behoren: in Rucăr en Viștea de Jos. De belangstelling geven. Tegelijkertijd bood dit het bredere publiek de in kerstliederen, traditionele dansen en de Lads mogelijkheid om de culturele eigenheid van Rucăr te Group is afgenomen en het aantal deelnemers daalt ontdekken en te waarderen, vooral via traditionele gestaag. Halverwege de 20e eeuw had elk dorp in Țara dans en muziek. Veel bezoekers gaven aan graag aan Făgărașului minstens één groep. Muziek en dans waren toekomstige evenementen te willen deelnemen. Dit essentieel voor sociale contacten en de verbinding wijst op een groeiende belangstelling voor dit type tussen generaties, waarbij mensen van alle leeftijden cultureel erfgoed en op een grotere betrokkenheid bij graag wilden leren en tradities in ere wilden houden. het borgen en promoten van lokale traditionele dansen. Een grote uitdaging waarmee we werden Het presenteren van immaterieel erfgoed via een geconfronteerd, was de terughoudendheid van interactieve tentoonstelling creëerde nieuwe manieren sommige leden van de gemeenschap om evenementen om kennis en objecten te delen. Samen geven deze bij te wonen die op onbekende locaties, zoals het manieren een volledig, complex en samenhangend museum, werden georganiseerd. Om dit aan te beeld van dans. pakken hebben we trainingen en kennismakingssessies georganiseerd om deelnemers vertrouwd te maken met nieuwe formats. Daarnaast moedigden we hen Foto 5: De Lads Group actief mee te werken aan het organiseren van de Sibiu, 2024. op het praktijkevenement, evenementen, zodat zij meer zelfvertrouwen kregen en Foto: Silviu Popa. een sleutelrol konden spelen bij het promoten van hun tradities. De gekozen casestudy toont aan dat het systeem van Roemeense gebruiken zowel eenheid als eigenheid bezit: het is geworteld in een lange traditie maar staat tegelijkertijd open voor vernieuwing. Onze rol is tweeledig: enerzijds helpen bij het promoten van gemeenschappen, hun gebruiken en tradities, en anderzijds het bewustmaken van leden van die gemeenschappen over de waarden die zij bezitten en die zij ten voordele van zichzelf en andere gemeenschappen kunnen benutten. Om de afnemende interesse in traditionele dans en bijbehorende implicaties tegen te gaan, hebben we verschillende educatieve en culturele initiatieven georganiseerd. Eén daarvan was de organisatie van Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 26 Cocreatie is een proces waarbij culturele instellingen en het publiek of betrokken gemeenschappen samenwerken aan het creëren van 'content', interpretaties of culturele ervaringen. Dit model omvat een actieve uitwisseling van kennis, perspectieven en waarden, met de nadruk op participatie en inclusie. Cocreatie verandert bezoekers van passieve ontvangers in actieve partners bij het vormgeven van de betekenis en waarde van erfgoed. Facilitator: De culturele instelling neemt de rol op zich om de toegang tot cultuur te faciliteren, actieve participatie te stimuleren en de ontwikkeling van de interculturele dialoog te bevorderen. In deze rol gaat de instelling verder dan het in stand houden en tentoonstellen van erfgoed: ze creëert contexten voor leren, samenwerking en cocreatie, en wordt zo een katalysator voor sociale inclusie, informele educatie en gemeenschapsontwikkeling. Participatief verwijst naar het helpen vormgeven – direct of via een organisatie – van het beleid en de toekomst van een instelling, vereniging of informele groep, ten voordele van een gemeenschap. Participatie wordt vaak beschouwd als een garantie voor de duurzaamheid van een project of de groei van een instelling. Participatie kent drie vormen: steun van elites, gedrag van bezoekers en betrokkenheid van de lokale gemeenschap. Transmissie verwijst naar het proces van communicatie, instandhouding en intergenerationele overdracht van de culturele, historische en symbolische waarden die verbonden zijn met een erfgoedobject. Dit omvat niet alleen de fysieke bewaring van artefacten, maar ook het behoud en de verspreiding van hun identiteitsgerelateerde en educatieve betekenissen via culturele bemiddeling, wetenschappelijke interpretatie en publieke presentatie. Gemeenschap: een groep mensen met gemeenschappelijke interesses, culturele praktijken, geografische herkomst of ethische en politieke idealen en met een gemeenschappelijk erfgoed en gemeenschappelijke gebruiken. De leden van een gemeenschap houden zich aan dezelfde regels en stemmen hun handelen op elkaar af. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 27 HONGARIJE Márta Bokonics-Kramlik Inleiding Dóra Pál-Kovács In Hongarije wordt de uitvoering van de UNESCO-Conventie voor het borgen van immaterieel cultureel erfgoed (2003) gecoördineerd door het Hongaars Openluchtmuseum. Tijdens haar bestaan heeft deze instelling een uitgebreid gemeenschaps- en professioneel netwerk opgebouwd. Ze is uitgegroeid tot een kenniscentrum voor het borgen van immaterieel cultureel erfgoed en heeft het Directoraat immaterieel cultureel erfgoed opgericht. Het directoraat houdt zich onder meer bezig met het bijhouden van een nationale inventaris van immaterieel cultureel erfgoed, in nauw contact met de erfgoedgemeenschappen. Rekening houdend met de doelstellingen van het project hebben we gekozen voor de Sárköz-gemeenschap, die sinds 2012 is opgenomen in de nationale inventaris. Naast de rijke danstraditie zijn in deze gemeenschap ook andere vormen van volkskunst prominent aanwezig. Een kenmerkende koppeldans van de Sárköz-gemeenschap is de csárdás, die zowel in een langzame en een friss- variant deel uitmaken van het cultureel erfgoed. De csárdás is diepgeworteld in deze regio en is in het recente verleden opnieuw tot bloei gekomen. De gehele volkskunst van de regio weerspiegelt de doelstellingen van de Conventie van 2003: ze wordt van generatie op generatie doorgegeven, reageert voortdurend op de sociale en culturele context, is niet statisch en vormt een essentieel onderdeel van de identiteit van de gemeenschap. De evenementen van de tentoonstelling waren erop gericht kennis van de dansgemeenschap over te dragen via museumeducatie. Ze moesten kinderen en volwassenen helpen museumbezoekers te worden en hen leren kunst en dans te begrijpen en ervan te genieten. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 28 Foto 1: Friss csárdás uit de regio Sárköz, Szentendre, Hongarije, 2024. Foto: Hongaars Openluchtmuseum, Balázs Farkas-Mohi. Onze gemeenschap De Sárköz is een specifieke culturele regio aan de benedenloop van de Donau in Hongarije. De typische cultuur van weven en borduren, kralenkragen, kleurrijke kostuums van hoogwaardige materialen, accessoires, dialect, volksliederen en -dansen vormen samen de culturele identiteit van de mensen van de Sárköz. De regio heeft nog steeds een rijke traditie van gemeenschapspraktijken, waarbij kennisoverdracht van generatie op generatie één van de meest voorkomende manieren van leren is. De transmissie vindt plaats in danshuizen, bij dansgroepen en georganiseerde dansevenementen, zoals oogstbals. De danshuisbeweging heeft geleid tot de institutionalisering van lokale dansen in scholen en gemeenschapscentra, die in gelijke mate openstaan voor kinderen en volwassenen en voor mannen en vrouwen. Naast danshuizen en repetitieruimtes is ook het podium een plaats waar de traditionele danscultuur, waaronder de Sárköz-csárdás, vaak wordt beoefend. Podiumopvoeringen van volkstradities of danstheater worden steeds populairder. Tijdens de events of practice exhibition werden dansen, waaronder de Sárköz- csárdás, gepresenteerd als een complex cultureel fenomeen. De gemeenschap moedigde bezoekers en deelnemers van de educatieve museumprogramma's aan om de tradities te ervaren via dans- en zangworkshops en ambachtelijke activiteiten. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 29 Methodologie Eén van de doelen van het veldwerk was om meer te weten te komen over de plaats en rol van dans in het gemeenschapsleven en over de lokaal ontwikkelde methoden voor kennisoverdracht. Op basis hiervan heeft het Hongaarse Openluchtmuseum verschillende programma's ontworpen die op elk moment zowel door leden van de gemeenschap als door het museum konden worden uitgevoerd. We hebben met Foto 2: Samen dansen op het evenement van de tentoonstelling in verschillende leeftijdsgroepen gewerkt, waaronder het Hongaars Openluchtmuseum, Szentendre, Hongarije, 2024. basisschoolkinderen, middelbare scholieren en ouderen Foto: Hongaars Openluchtmuseum, borsi. met dementie. Voor de ouderen wilden we hun levenskwaliteit – zowel fysiek als mentaal – verbeteren door dans te integreren in hun reminiscentiesessies. Voor de middelbare scholieren ontwikkelden we een outreach programma waarbij ze verschillende dansevenementen uit het verleden en heden konden vergelijken, zodat ze het belang van dans voor sociale contacten en relatievorming konden ervaren. Voor jongere kinderen was het doel om met dans in aanraking te komen, zich vrij te voelen om zichzelf uit te drukken en plezier te beleven aan beweging. Foto 3: Dansers en muzikanten uit de gemeenschap verwelkomen gasten om samen te dansen, Szentendre, Hongarije, 2024. Foto: Hongaars Openluchtmuseum, Eszter Csonka-Takács. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 30 Resultaten, oplossingen, publiek In het kader van de participatieve tentoonstelling werden verschillende evenementen georganiseerd om het gemeenschapskarakter van de Hongaarse danstraditie te ervaren en de diversiteit van haar immaterieel erfgoed te leren kennen. Sommige programma's waren openbaar toegankelijk, zodat alle bezoekers van het museum konden deelnemen. De educatieve museumactiviteiten waren vooral gericht op kinderen en ouderen. Dankzij de programma's konden de deelnemers de dans van de Sárköz met hun eigen lichaam ervaren. Het gevoel van gemeenschapsidentiteit werd versterkt door de vertegenwoordiging van de Sárköz-gemeenschap. De tentoonstelling en bijbehorende evenementen gaven zichtbaarheid aan het immateriële erfgoed, vierden de diversiteit ervan en hielpen de gemeenschap om haar immateriële erfgoed dichter bij de museumbezoeker te brengen. Bijvoorbeeld, met ouderen met dementie konden we koppeldansen en rondedansen of zittend dansen. Dansen is een multisensorische activiteit; muziek, visuele omgeving, aanraking en beweging samen hebben een positief effect op mensen met dementie. Het is ook een gezonde lichaamsbeweging en kan cognitieve functies zoals het geheugen verbeteren, naast het positieve effect op de stemming. Het programma voor middelbare scholieren was gebaseerd op verhalen uit de Sárköz-gemeenschap. Door dansevenementen van vroeger en nu te vergelijken, werd de diversiteit van dansevenementen zichtbaar en hun rol als sociaal bindmiddel benadrukt. Het tonen van sárköz-kostuums introduceerde een extra niveau van non- verbale communicatie tijdens het dansen. Afsluitend hielden we een debat waarbij de studenten hun mening konden geven en konden discussiëren over het belang en de rol van dansevenementen vroeger en nu. Foto 4: Overdracht van kennis tussen generaties, Szentendre, Hongarije, 2024. Foto: Hongaars Openluchtmuseum, Balázs Farkas-Mohi. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 31 Tijdens de zomervakantie moedigden we kinderen outreach programma op scholen bood een oplossing. van de zomerkampen aan om de video-installatie We namen objecten uit het museum mee om aan de in de tentoonstelling te komen bekijken en zich te jongeren te tonen, omdat we het belangrijk vonden laten inspireren om vrij te dansen. Dit versterkte het de link met het museum te behouden. Het kan een groepsgevoel en leerde hen hoe ze zich via beweging uitdaging zijn om de aandacht van Gen Z- en Gen Alfa- en dans kunnen uitdrukken. scholieren te trekken en vast te houden. We wisten De programma's boden museumbezoekers en vanaf het begin dat vragen om mee te dansen niet zou groepen de kans om in contact te komen met de werken, omdat ze wellicht te verlegen zouden zijn voor erfgoedgemeenschap om “het immateriële” te ervaren. de hele klas. Daarom opteerden we voor een andere aanpak: in plaats van hen danspasjes aan te leren, wilden Reflecties, uitdagingen, we hen laten nadenken over de impact van dans op sociale contacten en relatievorming, en in plaats van voordelen voor alle betrokkenen hun theoretische kennis te testen, focusten we ons op De events of practice exhibition heeft het belang van hun eigen ervaringen, probleemoplossend vermogen participatie en gemeenschap in onze programma's en creativiteit. Dankzij dit programma verbeterden de versterkt. De actieve deelname hielp ons om de jongeren hun communicatieve vaardigheden, werden ze verbale en non-verbale kennis die via dans wordt coöperatiever en groeide hun interesse in dans en het overgedragen beter te begrijpen. Dit werd nog museum. versterkt door de aanwezigheid van de gemeenschap, voor wie het vanzelfsprekend is om haar traditie te borgen en over te dragen. Het bereiken van de jongere generatie blijft een uitdaging voor de immaterieel- erfgoedgemeenschap. De gezamenlijk ontwikkelde programma's bieden nieuwe kansen om het erfgoed door te geven. Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar de ervaring van activiteiten voor verschillende leeftijdsgroepen. Onderzoek toont aan dat dansen aanzienlijke voordelen heeft voor mensen met dementie: verbetering van stemming, vermindering van angst en stimulering van cognitieve functies. Sociaal gezien bevordert het interactie en verbinding. Fysiek gezien verbetert het de coördinatie, het evenwicht en de algehele gezondheid; en het versterkt het zelfvertrouwen. Eén van de uitdagingen, de beperkte mobiliteit van sommige deelnemers, kon eenvoudig worden opgelost door zittende dansen aan te bieden, waardoor niemand werd buitengesloten. Voor middelbare scholen bleek dat het drukke rooster Foto 5: Een danskoffer – een essentieel attribuut voor een aan de tentoonstelling gekoppeld dansevenement, Szentendre, Hongarije, vaak een bezoek aan het museum bemoeilijkt. Het 2024. Foto: Hongaars Openluchtmuseum, Fruzsina Arkhely. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 32 Cocreatie: Met cocreatie bedoelen we dat museumprofessionals samenwerkten met leden van de gemeenschap om de in de tekst beschreven programma's te ontwikkelen en uit te voeren. Facilitator: Bij het ontwikkelen van educatieve museumactiviteiten traden de museumeducatoren op als facilitatoren: zij begeleidden de sessies op een zachte en milde wijze, faciliteerden het verloop van de activiteit, maar kozen geen partij. Participatief: Dit is een kernbegrip van het hele project. Het benadrukt het belang van betrokkenheid bij het begrijpen van immaterieel cultureel erfgoed, waarbij participatie belangrijker is dan passieve presentatie. Transmissie: In bredere zin verwijst 'transmissie' naar het overbrengen van de boodschap van dans. Dit kan zowel plaatsvinden binnen de context van immaterieel cultureel erfgoed als tijdens educatieve museumactiviteiten. Gemeenschap: In deze Hongaarse context verwijst 'gemeenschap' naar de dragers van het erfgoed dat is opgenomen in de nationale inventaris van immaterieel cultureel erfgoed. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 33 SLOVENIË / ZRC SAZU Rebeka Kunej Inleiding In het Onderzoekscentrum van de Sloveense Academie van Wetenschappen en Kunsten (hierna ZRC SAZU) beschikt het Instituut voor Etnomusicologie, opgericht in 1934, over een uitgebreide collectie veldopnames die door onderzoekers van het instituut zijn gemaakt. Deze collectie wordt voortdurend uitgebreid met nieuwe opnames. Daarnaast richt het instituut zich op het verwerven en archiveren van externe geluidscollecties van Sloveense volksmuziek die eigendom zijn van andere instellingen en particulieren. Tegenwoordig concentreert het onderzoekswerk van het instituut zich op twee hoofddomeinen. Enerzijds tracht het de expressies van de Sloveense identiteit in de vorm van volksmuziek en -dans te identificeren en hun grenzen en onderlinge relaties met omringende culturen te onderzoeken. Anderzijds bestudeert het instituut de gebieden waar hedendaagse creativiteit samenvloeit met het muziek- en danserfgoed en interpreteert het moderne fenomenen. Het instituut vult zijn onderzoekswerk aan door het rijke analoge archief van Sloveense volksliederen, dans en muziek te digitaliseren en de collecties beschikbaar te stellen voor het publiek via het Etnomuza-platform. Dit is een digitale ruimte van het Instituut voor Etnomusicologie waar we audio-, manuscript-, beeld- en videomateriaal − voornamelijk gerelateerd aan het Sloveense volksmuziek- en danserfgoed − tonen. Het gepubliceerde materiaal wordt geselecteerd, gebundeld in complete sets en voorzien van metadata en begeleidende studies. Het biedt gebruikers niet alleen inzicht in vroegere muzikale praktijken en gerelateerde sociale fenomenen, maar vormt ook een bron voor verder onderzoek of voor productie of reproductie. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 34 Foto 1: Op basis van historische opnames van de accordeonist namen jonge muzikanten, leden van het volksdansensemble, deel aan een cocreatief proces dat een brug sloeg tussen traditie en hedendaagse interpretatie van lokaal danserfgoed, Horjul, Slovenië, 2024. Foto: Rebeka Kunej. Onze gemeenschap Het project Dance-ICH richtte zich op betrokkenen in de gemeente Horjul. Foto 2: De volksdansmuziek Onze erfgoedgemeenschap is veelzijdig, waardoor we op verschillende manieren opgenomen door Rudy Sečnik in de lokale omgeving hebben gewerkt, telkens aangepast aan de specifieke (1907-1991), een lokale traditionele muzikant, diende als basis voor de situatie. samenwerking van het instituut met de lokale gemeenschap. Op de basisschool in Horjul organiseerden we in samenwerking met de Bron: © privécollectie. leerkrachten meerdere lessen om de leerlingen kennis te laten maken met het muziek- en danserfgoed van de regio. We stelden ons instituut en project voor, luisterden naar enkele archiefopnamen, dansten samen verschillende volksdansen en maakten samen de begeleidende muziek. Dit mondde uit in een optreden op de kerstbazaar. Soortgelijke activiteiten vonden plaats met kinderen in de kleuterschool en met het pedagogisch personeel van beide bovengenoemde onderwijsinstellingen. Binnen het folklore-ensemble lag de nadruk vooral op samenwerking met muzikanten. Het uitgangspunt waren oude opnames van de accordeonist, die we gebruikten als basis voor een nieuw cocreatief proces. Deze opnames werden aan de artistiek leider van het ensemble aangeboden als inspiratie voor een choreografische interpretatie van de dansen op het podium. Samen met een ensemble van viool, klarinet, accordeon en contrabas creëerden we dansstukken die door de jonge muzikanten werden uitgevoerd tijdens een presentatie van volksmuziekrecreaties. Hun muziek vormde ook het uitgangspunt voor de cocreatie van de events of practice exhibition die we in het voorjaar van 2025 organiseerden, gekoppeld Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 35 aan de projecttentoonstelling. Deze evenementen richtten zich niet alleen op de lokale gemeenschap, maar ook op iedereen die geïnteresseerd is in het danserfgoed van de Horjul-vallei. Met de tentoonstelling in Horjul wilden we bovendien andere inwoners betrekken, al was het maar indirect, aangezien we de gehele lokale gemeenschap beschouwen als erfgoedgemeenschap. Methodologie Het uitgangspunt van onze samenwerking met de lokale gemeenschap waren opnames uit de archieven van het Instituut voor Etnomusicologie, die onbekend waren in de gemeenschap waaruit ze afkomstig zijn. Het gaat om cassetteopnames gemaakt door Rudi Sečnik, lokaal bekend als Cankarjev Rudi, die de waarde inzag van traditionele dansmelodieën uit zijn jeugd. In de jaren 1980 nam hij zichzelf op terwijl hij de knopaccordeon bespeelde, om te voorkomen dat deze melodieën verloren zouden gaan. Hij gaf een kopie van de opnames aan zijn zus, die ze doorgaf aan haar kleindochter. Door een gelukkig toeval belandde de cassette uiteindelijk in de archieven van het Instituut voor Etnomusicologie. Dit geluidsmateriaal, dat rechtstreeks verbonden is met het lokale danserfgoed maar volledig in vergetelheid was geraakt, vormde de basis voor een creatieve samenwerking met de gemeenschap in Horjul. We presenteerden het Dance- ICH-project aan verschillende belanghebbenden in de gemeenschap (de gemeente, de basisschool en de culturele vereniging die als gastheer optreedt voor het folklore-ensemble). Op basis van de gesprekken met de verschillende groepen en hun geuite behoeften en wensen schetsten we een verder traject Foto 3: Participatief dansevenement voor kinderen, zowel dansers als muzikanten, op een basisschool tijdens de kerstbazaar, Horjul, Slovenië, 2023. Foto: Rebeka Kunej. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 36 Foto 4: Bij de opening van de projecttentoonstelling in Horjul, Slovenië (april 2025) gaf het lokale volksdansensemble een speciaal optreden. Foto: Nace Kunej. van samenwerking. Dit resulteerde in drie initiatieven: hedendaagse muzikale recreaties (het tot leven wekken van opnames), het gebruik van dansmelodieën voor participatieve kinderactiviteiten gekoppeld aan gesprekken over erfgoed, en bewustmaking van cultureel erfgoed door middel van een lokale tentoonstelling. Resultaten, oplossingen, publiek De events of practice exhibition vertrok voornamelijk vanuit geluidsopnames en een gecureerde selectie van dansmelodieën. Het eerste luik van de tentoonstelling hield dus direct verband met dit materiaal en kon deels plaatsvinden vóór de opening van de gezamenlijke projecttentoonstelling. Het doel was de belanghebbenden te versterken in het opeisen van hun muziek- en danserfgoed als hun eigen erfgoed, en hen ruimte te geven om het te interpreteren op een manier die aansloot bij hun behoeften en toe-eigeningen, ook als die afweken van onze verwachtingen. We organiseerden workshops in de kleuterschool en basisschool, waarbij we bijna alle kinderen van 3 tot 15 jaar kennis lieten maken met het lokale danserfgoed. In de kleuterschool werden leeftijdsgerichte workshops opgezet met gesprekken over de danstraditie en gebruiken, een documentairevertoning en gezamenlijke dans. Op school leerden enkele klassen volksdansen tijdens de lessen. Een hoogtepunt was de publieke voorstelling van de kinderen, waarbij ze hun danserfgoed deelden met hun leeftijdsgenoten, ouders en de lokale gemeenschap en zo de danstraditie een actuele betekenis gaven. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 37 Aangemoedigd door de positieve reacties van personeel en kinderen, werd besloten om een derde reeks events of practice toe te voegen, namelijk dansworkshops voor leerkrachten en opvoeders. Deze workshops stelden hen in staat om het lokale dans- en muziekerfgoed te integreren in hun lessen, wat niet alleen hun pedagogische praktijk verrijkt maar ook het borgen van de traditie ondersteunt. Het folklore-ensemble, dat deel uitmaakt van de enige actieve culturele vereniging in de gemeente, koos een andere invalshoek. De muzieksectie van het folklore-ensemble recreëerde de opnames van Rudi Sečnik en liet ze ook buiten hun eigen regio weerklinken. Ze presenteerde deze melodieën tijdens een landelijke bijeenkomst voor het recreëren van traditionele muziek, en bereikte hiermee groot succes en erkenning op nationaal niveau. Het ensemble voerde daarnaast moderne choreografieën uit tijdens verschillende evenementen die werden georganiseerd als onderdeel van de tentoonstelling (opening, workshops), terwijl de muzikanten ook afzonderlijk Sečniks dansmelodieën ten gehore brachten. Het tweede deel van de events of practice exhibition sloot direct aan bij de projecttentoonstelling. Om de lokale gemeenschap maximaal te betrekken, besloten we de tentoonstelling niet alleen in de hoofdstad Ljubljana, maar ook in de Horjul te organiseren. In Ljubljana bestonden de evenementen van de tentoonstelling voornamelijk uit dansworkshops voor een breed publiek, Foto 5: De jongste bewoners betrekken bij het gesprek over lokaal danserfgoed is zowel een waardevolle ervaring als een pedagogische uitdaging. Evenement in het kader van een events of practice exhibition op de kleuterschool in Horjul, Slovenië, 2024. Foto: Andreja Naglič Kumer, © OŠ Horjul. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 38 terwijl ze in Horjul specifiek waren afgestemd op de belangen. Het ensemble functioneert immers lokale bevolking en per leeftijdsgroep verschilden binnen het cultuurbeleid voor amateurkunsten, dat – van de jongste kleuters die de tentoonstelling sterk competitief gericht is op podiumproducties. bezochten en dansjes probeerden, tot senioren bij Hun prioriteiten lagen dan ook eerder bij het wie de participatieve danservaring plaatsmaakte voor presenteren van aantrekkelijke programma’s voor getuigenissen en gesprekken over dansen zoals het beoordelaars dan bij het ontwikkelen van lokaal vroeger was. Zo werden waardevolle dansherinneringen verankerde choreografieën. Vanuit die invalshoek opnieuw tot leven gewekt tijdens het bezoek aan de bleken de geluidsopnames en het lokale erfgoed niet tentoonstelling. voldoende aantrekkelijk als basis voor een nieuwe Reflecties, uitdagingen, podiumchoreografie. voordelen voor alle betrokkenen Het schoolhoofd, de leerkrachten en de opvoeders daarentegen integreerden het lokale muziek- en Voor ons als onderzoeksinstelling leverde het project danserfgoed in hun programma, ondanks het drukke nieuwe inzichten op in manieren van samenwerking met schoolcurriculum. Ze gaven ook aan meer te willen een lokale gemeenschap. Het bevestigde bovendien leren, omdat ze zich zo gesterkt voelen om het dat beide partijen baat hebben bij openheid over hun danserfgoed door te geven aan de kinderen en zo het wensen en behoeften. lokale culturele erfgoed te borgen voor toekomstige generaties. Zoals verwacht reageerden de lokale autoriteiten positief. Ze boden principiële en, wanneer dat nodig De meest waardevolle opbrengst van het project is was, ook praktische steun door infrastructuur en de totstandkoming van nieuwe samenwerkingsrelaties tentoonstellingsruimte ter beschikking te stellen. Ze tussen de onderzoeksinstelling en de lokale waren blij dat ze de Europese tentoonstelling in het erfgoedgemeenschap. De contacten en de positieve gemeentegebouw hebben gehost en dat ze als één ervaringen die hieruit voortkwamen, vormen een solide van de vertegenwoordigde gemeenschappen werden basis voor gezamenlijke initiatieven in de toekomst. opgenomen in de inhoud van de tentoonstelling. Het vooruitzicht dat een kleine plaats in de periferie zou figureren in een tentoonstelling in vijf andere Europese landen, vervulde hen met trots. Het was cruciaal dat we hen op een niet-academische, feitelijke en pragmatische manier benaderden en dat we hun behoeften erkenden: het ontdekken van hun danstradities, een gesprek over danserfgoed op gang brengen, en extra culturele inhoud bieden voor de lokale bevolking. We waren ervan overtuigd dat samenwerken met een lokaal folklore-ensemble dat ervaring heeft met het recreëren van danserfgoed op het podium het minst uitdagende element zou zijn. Toch werd de cocreatie herhaaldelijk bemoeilijkt door uiteenlopende Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 39 Cocreatie: In het kader van de samenwerking aan het project werd voortdurend overlegd over het verloop van het werk. Projectresultaten werden aangepast om aan de verwachtingen van alle belanghebbenden te voldoen, en er werden gezamenlijke beslissingen genomen om alle betrokkenen tegemoet te komen. Facilitator: Het instituut fungeerde als facilitator en trad op als bemiddelaar tussen twee verschillende maar onderling verbonden domeinen: enerzijds het archief van geluids- en dans erfgoed, en anderzijds de lokale erfgoedgemeenschap. Participatief: Participatieve betrokkenheid vond plaats op meerdere niveaus, waaronder samenwerking tussen personen en institutionele samenwerking met gemeentelijke autoriteiten en onderwijsinstellingen, maar ook met formele structuren binnen een cultureel-artistieke vereniging. Transmissie: Het project maakte verschillende vormen van erfgoedoverdracht en kennisdeling mogelijk: van participatieve ervaringen van dansers en muzikanten tot het communiceren van lokaal erfgoed via tentoonstellingen en in lokale media, en tot slot de digitalisering van analoge geluidsopnames zodat dit geluidserfgoed kan worden overgebracht naar een virtuele omgeving. Gemeenschap: In dit geval bestond de erfgoedgemeenschap uit personen van verschillende leeftijden met een breed scala aan interesses en voorkeuren. Binnen één lokale gemeenschap werden meerdere groepen geïdentificeerd als legitiem deel van een gedeelde erfgoedgemeenschap. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 40 GRIEKENLAND Zoi N. Margari Inleiding Maria I. Koutsouba Onze benadering erkende de cruciale bijdrage van academische instellingen − zoals het Helleens Centrum voor Folkloreonderzoek van de Academie van Athene (hierna 'HCF-AA') en de School/Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Sportwetenschappen van de Nationale en Kapodistriaanse Universiteit van Athene (hierna S/F LOS-NKUA) − aan het duurzame beheer van Griekse dans en cultureel-erfgoedgemeenschappen. Ons onderzoek richtte zich op een hybride referentiegemeenschap die, volgens etnografisch onderzoek, een katalyserende rol speelt in de duurzaamheid en veerkracht van dans en danspraktijken als levend erfgoed in Griekenland. Op basis van de bevindingen van het HCF-AA – dat fungeert als het Nationaal Documentatiecentrum voor Griekse Volkscultuur en gespecialiseerd is in etnografisch, folkloristisch, antropologisch en etnologisch onderzoek – werd het belang van gespecialiseerde dansdocenten benadrukt in alle dimensies van het beleven van dans als levend erfgoed. Dit belang werd onderstreept door het HCF-AA, dat zich toelegt op het verzamelen, documenteren en bestuderen van uitingen van cultureel erfgoed. Daarnaast richt het zich op het ondersteunen van duurzame beheerpraktijken door overheidsinstanties en gemeenschappen (lokaal/supralokaal, diaspora/in-country, hybride) die streven naar de borging en overdracht van traditionele kennis en vaardigheden. Binnen dit kader observeerde het HCF-AA de doorslaggevende rol van deze gemeenschap en besliste onderzoek te doen naar de relatie van dansdocenten met andere danserfgoedgemeenschappen. Daarnaast werd in samenwerking met de S/F LOS-NKUA, de oudste en grootste staatsuniversiteit van Griekenland, een diepere analyse uitgevoerd. De S/F LOS- NKUAS biedt een holistische en interdisciplinaire omgeving voor dansstudies, voortbouwend op haar lange traditie in het onderwijzen, onderzoeken en archiveren van dans als levend erfgoed op verschillende onderwijsniveaus. Bijgevolg concentreerden we ons op de gemeenschap van dansdocenten, die binnen dit kader voortdurend wordt ondersteund en versterkt. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 41 Foto 1: Samenwerking tussen erfgoedgemeenschappen en instellingen krijgt vorm via folklore en cocreatieve methoden, tijdens de workshop Dance as Living ICH of the 21st Century. Deze bijeenkomst, georganiseerd door het Hellenic Folklore Research Centre van de Academie van Athene. Athene, Griekenland, 2023. Foto: Thanos Kinigaris. Binnen het project Dance-ICH werd deze referentiegemeenschap – bestaande uit gespecialiseerde dansdocenten, studenten, afgestudeerden en postgraduaatstudenten, en fungerend als een kerngemeenschap die een brug slaat tussen instellingen, overheidsinstanties en erfgoedgemeenschappen – geselecteerd als hybride model om duurzame interactie en cocreatieve benaderingen van dans als levend erfgoed te illustreren. Onze gemeenschap De dansdocenten, studenten en afgestudeerden die gespecialiseerd zijn in traditionele Griekse dans aan de S/F LOS-NKUA vormen een supralokale erfgoedgemeenschap die fungeert als een dynamische brug tussen lokale, supralokale en diasporische danserfgoedgemeenschappen. Ze vervullen een katalyserende rol voor het borgen van dans als levend immaterieel cultureel erfgoed en dragen in aanzienlijke mate bij aan de identificatie, de documentatie, het onderzoek, het borgen, de opwaardering, de overdracht en de heropleving van traditionele Griekse dans. Op deze basis voldoet deze hybride referentiegemeenschap van meer dan 2.500 leden volledig aan de criteria die zijn vastgesteld in de UNESCO-Conventie voor het borgen van immaterieel cultureel erfgoed (2003). De leden van deze gemeenschap interageren actief met meerdere lokale, supralokale, diasporische en hybride erfgoedgemeenschappen. Het merendeel van hen komt uit de periferie van Griekenland en was al betrokken bij Griekse traditionele dans via familie, Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 42 gemeenschap of persoonlijke ervaring. Zelfs degenen zonder formele achtergrond zijn meestal vertrouwd met dans als een levendige expressie van Griekse culturele identiteit. Wanneer ze hun studie aanvangen en ervoor kiezen zich te specialiseren in traditionele Griekse dans, kiezen ze vaak hun eigen gemeenschappen of bredere, onderbelichte regio's als de focus van hun etnografische projecten, waarbij ze dansen en praktijken documenteren die zelden eerder zijn bestudeerd. Zo komen de leden van deze hybride gemeenschap met hun diverse etnisch-culturele achtergronden samen en raken ze met elkaar verweven via etnografische en educatieve praktijken, waarbij ze meerdere lagen van de Griekse culturele expressie omarmen. Binnen de context van de casestudy lag de nadruk op het documenteren, analyseren en ondersteunen van hun activiteiten, waarbij hun cruciale rol in de periode na het UNESCO-verdrag van 2003 werd onderstreept. We volgden hun inzet bij traditionele dansevenementen, feestelijke en educatieve bijeenkomsten in lokale en stedelijke contexten, maar ook bij nieuwe hybride vormen zoals open dansklassen – allemaal voorbeelden van de evoluerende en blijvende vitaliteit van de gemeenschap. Foto 2: Het idee van ‘Events of Practice Exhibitions’ ontstaat door cocreatie en samenwerking: kernleden van erfgoedgemeenschappen dansen samen met lokale, (supra-)lokale, diaspora- en hybride dansgroepen tijdens de workshop Dance as Living ICH of the 21st Century. Athene, Griekenland, 2023. Foto: Zoi N. Margari. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 43 Methodologie In het kader van de Griekse casestudy wilden de Griekse partners synergieën stimuleren tussen institutionele kaders en grassroots-erfgoedgemeenschappen via publieke folklore en cocreatieve methoden. Het proces begon met bijeenkomsten waarop leden van de kernerfgoedgemeenschap werden geïntroduceerd in hedendaagse borgingsmaatregelen, werden bijgepraat over nationale en internationale regelgeving en vertrouwd werden gemaakt met participatieve methoden in cultureel beheer. Daarnaast focusten we ons op participatieve onderzoeksmodellen, waarbij Foto 3: Een Participatory Dance Event binnen de reeks ‘Events de kernerfgoedgemeenschap een actieve rol op zich of Practice Exhibitions’, georganiseerd in het kader van de tentoonstelling DANCE. Europe’s Living Heritage in Motion. Athene, nam in het versterken van de stem van beoefenaars Griekenland, 2025. Foto: Eleni Filippidou. van danserfgoed. De gestructureerde besprekingen boden inzicht in de uitdagingen die institutionalisering en musealisering met zich meebrengen en stimuleerden cocreatieve benaderingen op maat van gemeenschapsgestuurde erfgoedzorg. De samenwerking culmineerde in de Griekse 'Dance- ICH'-workshop (14-16 december 2023), waar leden van de kernerfgoedgemeenschap in samenwerking met lokale, supralokale, diasporische en hybride gemeenschappen events of practice exhibitions ontwikkelden. Daarna namen alle belanghebbenden deel aan de cocreatie van het tentoonstellingsmateriaal (panelen, films) en aan het ontwerpen van participatieve dansevenementen om te komen tot een holistische voorstelling van dans als levend erfgoed. Hiervoor werd de volgende stapsgewijze participatieve methode gebruikt: a) Ontwikkelen van ondersteuningsmodellen; b) Identificeren en plannen van voorbeeldcasussen; c) Gezamenlijk opstellen van richtlijnen voor duurzame tentoonstellingen. Deze holistische benadering versterkte de rol van gemeenschappen bij de borging van dans en dansen als levend erfgoed. Foto 4: Participatory Dance Event in de reeks ‘Events of Practice Exhibitions’, als onderdeel van de tentoonstelling DANCE. Europe’s Living Heritage in Motion. Athene, Griekenland, 2025. Foto: Maria I. Koutsouba. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 44 Resultaten, oplossingen, i) etnografische betrokkenheid en documentatie; ii) participatieve cocreatie in erfgoedevenementen; en publiek iii) beleidsbeïnvloeding voor duurzaam cultureel beheer. De implementatie van het concept 'events of Door leden van de gemeenschap actief te betrekken bij practice exhibition', aansluitend op de participatieve de opzet van de tentoonstelling, werd een bottom-up dansevenementen, was een innovatieve poging om benadering gestimuleerd die een tegengewicht bood aan participatie bij de borging van traditionele Griekse dans de traditionele top-down erfgoedparadigma's. en dansen als levend immaterieel cultureel erfgoed te bevorderen. Deze evenementen fungeerden als Vanuit publieksperspectief trokken de evenementen een diverse groep deelnemers aan − van academici, dynamische ontmoetingsplaatsen waar erfgoeddragers, onderzoekers en beleidsmakers tot lokale culturele dansbeoefenaars, onderzoekers en cultuurmanagers verenigingen, scholen, clubs en het algemene publiek. samenkwamen om duurzame modellen voor overdracht De strategische marketing van de tentoonstelling legde en revitalisering van danstradities te bespreken en de nadruk op toegankelijkheid en inclusiviteit, zodat vorm te geven. Via interactieve tentoonstellingen, leden van de gemeenschap hun eigen ervaringen konden liveoptredens en gestructureerde besprekingen herkennen in de presentaties. Door gerichte outreach probeerde het project de kloof tussen academische activiteiten, waaronder digitale mediacampagnes en instellingen en grassroots-culturele gemeenschappen lokale partnerschappen, hebben de evenementen met te overbruggen, met nadruk op de actieve rol van succes zowel een gespecialiseerd als niet-gespecialiseerd lokale en supralokale actoren in erfgoedzorg. De publiek betrokken en de relevantie van traditionele workshop in Athene, georganiseerd door het HCF-AA Griekse dans in hedendaagse sociaal-culturele contexten en ondersteund door de S/F LOS-NKUA, presenteerde aangetoond. De integratie van performatieve elementen verschillende benaderingen van danserfgoed, waarin in het kader van de tentoonstelling verhoogde de etnografische casestudy's, audiovisuele documentatie betrokkenheid van de bezoekers en veranderde en belichaamde kennisoverdracht werden geïntegreerd. het publiek van passieve toeschouwers in actieve De deelname van de kernerfgoedgemeenschap was deelnemers aan het proces van erfgoedoverdracht. cruciaal bij het structureren van deze evenementen. Door op te treden als bemiddelaars tussen institutionele kaders en lokale danspraktijken, faciliteerden ze een participatief cocreatief proces dat de rol van beoefenaars van danserfgoed versterkte. Hun bijdragen bestonden uit dansdemonstraties, mondelinge getuigenissen en reflectieve dialogen over de uitdagingen van het institutionaliseren van immaterieel cultureel erfgoed zonder de fluïditeit en aanpasbaarheid ervan te ondermijnen. Een belangrijk resultaat was de formulering van een aanpasbaar ondersteuningsmodel: een flexibel methodologisch kader voor het integreren van lokale, supralokale en diasporische erfgoedgemeenschappen Foto 5: Participatory Dance Event in de reeks ‘Events of Practice in initiatieven voor danserfgoedzorg. Het model rust op Exhibitions’, georganiseerd binnen de tentoonstelling DANCE. Europe’s Living Heritage in Motion. Athene, Griekenland, 2025. drie pijlers: Foto: Zoi N. Margari. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 45 Reflecties, uitdagingen, van participatieve modellen aantoonden, bleef de vraag hoe deze initiatieven konden worden verankerd voordelen voor alle betrokkenen zonder hun grassroots-karakter te verliezen. Om dit De events of practice exhibition bood een unieke kans aan te pakken, werd besloten dat de 'Dance-ICH'- om de dynamiek van participatieve erfgoedzorg in tentoonstelling een permanente installatie zou worden, realistische omstandigheden te observeren en kritisch zodat ze ook na de afloop van het project zou blijven te evalueren. Eén van de belangrijkste inzichten functioneren als een stabiele maar flexibele pijler voor was de erkenning van het cruciale vermogen van de ervaringsgerichte benadering van dans als levend kernerfgoedgemeenschap om als culturele bemiddelaar erfgoed. op te treden. Door te laveren tussen institutionele Het project gaf daarbij prioriteit aan flexibele, kaders en lokale erfgoedgemeenschappen participatieve folkloremethoden die de nadruk leggen wisten zij zinvolle dialogen te faciliteren, diverse op gemeenschapsgestuurde benaderingen in plaats van erfgoednarratieven te bespreken en te pleiten rigide institutionele kaders. voor inclusiever beleid. Een groot voordeel was de empowerment van lokale, supralokale, diasporische en Verder speelden leden van hybride erfgoedgemeenschappen. Door hun actieve kernerfgoedgemeenschappen een sleutelrol bij betrokkenheid herwonnen deze gemeenschappen het opzetten van permanente netwerken van zeggenschap over hun uitingen van immaterieel culturele convergentie tussen lokale, supralokale, cultureel erfgoed. Deelnemers benadrukten dat het diasporische en hybride erfgoedgemeenschappen en participatieve tentoonstellingsplatform hen in staat praktijkgemeenschappen in Griekenland en daarbuiten. stelde te netwerken, ervaringen uit te wisselen en de Deze netwerken werden ontworpen om a) de inhoud overdracht van kennis tussen generaties te versterken, van de tentoonstelling voortdurend te verrijken met wat de gepercipieerde waarde en veerkracht van bijdragen vanuit de gemeenschap en b) systematisch traditionele Griekse dans ten goede kwam. nieuwe thematische uitbreidingen van events of practice exhibitions te stimuleren, zodat een continue culturele Het project stuitte echter op verschillende interactie en wederzijdse versterking verzekerd zijn. uitdagingen. Een belangrijke moeilijkheid was het Samenvattend belichtte het project het balanceren van uiteenlopende verwachtingen. Terwijl transformatieve potentieel van participatieve academische en institutionele partners streefden erfgoedzorg. Het toonde aan dat flexibiliteit, naar gestructureerde borgingsmaatregelen, aarzelden empowerment van de gemeenschap en duurzame veel dansbeoefenaars uit vrees dat ze zonder formele modellen sleutelprincipes zijn voor de borging van kaders of expertise niet volwaardig konden deelnemen. dans als levend cultureel erfgoed in de hedendaagse Bovendien riep de sterke academische context waarin wereld. Terwijl het erfgoedbeleid zich blijft ontwikkelen, de evenementen plaatsvonden (HCF-AA en S/F bieden de ervaringen die in deze casestudy zijn LOS-NKUA) aanvankelijk terughoudendheid op bij opgedaan waardevolle lessen om te verzekeren dat bezoekers en dansgemeenschappen. Zij vreesden dat de borgingsmaatregelen afgestemd blijven op de institutionalisering zou leiden tot overregulering en zo behoeften en aspiraties van de gemeenschappen die ze de organische ontwikkeling van hun danspraktijken zou willen dienen. verstikken. Een tweede uitdaging betrof de duurzaamheid van de initiatieven. Hoewel de evenementen de haalbaarheid Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 46 Cocreatie: Een samenwerkingsproces waarbij instellingen en gemeenschappen samen praktijken en acties op het gebied van de borging van immaterieel erfgoed ontwikkelen en implementeren, terwijl ze kennis en verantwoordelijkheden delen. Facilitator: Een persoon of instelling die door de gemeenschap gestuurde praktijken mogelijk maakt door dialoog, participatie en toegang tot informatie en middelen te ondersteunen. Participatief: Een methodologische benadering waarbij gemeenschappen actief en als gelijkwaardige partners worden betrokken bij de planning van, beslissingen over en de uitvoering van erfgoedzorg. Overdracht: Het continu doorgeven van culturele kennis, vaardigheden en praktijken van generatie op generatie of binnen gemeenschappen. Gemeenschap: Een groep die specifieke culturele expressies deelt en beoefent, geworteld in identiteit en continuïteit, en die een centrale rol speelt bij de borging van erfgoed. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 47 CONCLUSIE Tone Erlien Myrvold Het Dance-ICH-project is opgezet als een transnationaal initiatief voor de Anja Serec Hodžar duurzame borging van dans als immaterieel cultureel erfgoed door middel van Mieke Witkamp cocreatieve samenwerkingen tussen musea, onderzoeksinstellingen en lokale gemeenschappen. De belangrijkste behoefte, zoals die in alle casestudy's naar voren komt, is het waarborgen van de overdracht van danskennis op lange termijn en het behouden van de vitaliteit van traditionele dansen in hedendaagse contexten. Het uiteindelijke doel van het project is om culturele instellingen te transformeren van passieve tentoonstellers tot actieve ondersteuners van levend erfgoed, en duurzame samenwerkingsmodellen te creëren gebaseerd op participatie, cocreatie en wederzijds respect tussen instellingen en gemeenschappen. Beide partijen - instellingen en gemeenschappen - zijn zeer geïnteresseerd in samenwerking. Instellingen dragen bij met professionele expertise, infrastructuur, toegang tot financiering en mogelijkheden voor het vergroten van de zichtbaarheid, terwijl gemeenschappen ervaring, belichaamde kennis, emotionele betrokkenheid en creatieve energie inbrengen. Hoewel er verschillen bestaan in verwachtingen en benaderingen, hebben open, transparante en flexibele processen geleid tot wederzijdse tevredenheid. Gemeenschappen uiten vaak behoefte aan erkenning, grotere betrokkenheid bij besluitvorming en deelname aan inhoudelijke ontwikkeling, terwijl instellingen manieren zoeken om levend erfgoed in hun kaders op te nemen zonder het te commercialiseren of te veel te institutionaliseren. Samenwerking vond plaats in diverse lokale contexten – van stedelijke centra tot landelijke gemeenschappen – en betrof een breed scala aan belanghebbenden: scholen, dansgemeenschappen, volksdansgroepen, lokale overheden, senioren en kinderen. De looptijd voor de trajecten besloeg over het algemeen één tot twee jaar, maar in de meeste gevallen werd de basis gelegd voor partnerschappen op langere termijn. Financiële kaders waren gebaseerd op een combinatie van Europese financiering, institutionele steun en bijdragen in natura vanuit gemeenschappen, wat een voortdurende aanpassing aan beschikbare middelen vereiste. Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 48 De rollen van partners zijn duidelijk afgebakend: dansevenementen, stelden digitale platforms op en instellingen bieden organisatorische, logistieke bedachten nieuwe manieren om het publiek bij erfgoed en ondersteunende functies en treden vaak op als te betrekken. bemiddelaars tussen verschillende groepen, terwijl Partnerschappen met externe actoren (scholen, gemeenschappen inhoud bijdragen en actieve gemeenten, verenigingen, onderzoeks- en cocreatoren van de programma's zijn. Ondanks vele onderwijsinstellingen) bleek essentieel, omdat het goede praktijken kwamen er ook een aantal uitdagingen de reikwijdte van het project vergrootte, extra naar voren: een gebrek aan interesse bij jongeren, middelen verschafte en sectoroverschrijdende banden stereotypen rond volksdans, beperkte toegang tot versterkte. Het onderhouden van de dialoog na afloop infrastructuur en onzekere financiering. Deze kwesties van het project berust op opgebouwde relaties, open werden aangepakt door middel van participatieve communicatie, gedeelde waarden en de capaciteit om methoden, veldwerk, het organiseren van evenementen samen te werken aan nieuwe initiatieven. De grootste op vertrouwde en toegankelijke locaties, het betrekken meerwaarde van het project ligt in het ontstaan van van lokale mentoren en het afstemmen van aanpak op nieuwe duurzame samenwerkingsmodellen tussen verschillende leeftijds- en interessegroepen. instellingen en gemeenschappen – niet gebaseerd op Het implementatieplan was ontworpen om een eenmalige evenementen maar op duurzame relaties flexibele uitvoering binnen realistische parameters waarbij de gemeenschap een centrale rol speelt bij de mogelijk te maken. De evenementen waren modulair creatie, presentatie en overdracht van levend erfgoed. en aanpasbaar, en speelden in op lokale behoeften. Op basis van regelmatige evaluaties via enquêtes en directe dialoog kon zowel de inhoud als de aanpak voortdurend worden verbeterd. Elke events of practice exhibition omvatte een reflectie en prestatiebeoordeling, die de basis vormden voor toekomstige activiteiten en verbeteringen. Praktisch gezien verzorgden instellingen coördinatie van vergaderingen, uitnodigingen, communicatie, locaties, basisfinanciering en logistiek. Inzicht in de behoeften van een gemeenschap ontstaat door veldwerk, dialoog en het mogelijk maken dat leden hun aspiraties uiten. Het gebruik van lokaal archiefmateriaal, persoonlijke verhalen en orale tradities helpt bij het opbouwen van relaties die gebaseerd zijn op vertrouwen. Via dit proces ontwikkelden de gemeenschappen instrumenten, variërend van lesmethoden en benaderingen om stereotypen te doorbreken tot het organiseren van evenementen en workshops. Instellingen ontwikkelden op hun beurt instrumenten om levend erfgoed te presenteren in tentoonstellingen en participatieve Inleiding Noorwegen Slovenië/SEM Roemenië Hongarije Slovenië/ZRC SAZU Griekenland Conclusie Richtlijnen 49 ICR IJNEN EVENTS OF P TLH VO N ' S E RA OR CASESTUDY’CT Voor ICE E erfgoedwerkers en leden van XH dansgemeenschappen IBIT ION N C S' I EAT OCR IE M T D E AN SGEMEENSCHAPPEN WAT IS EEN 'EVENTS OF PRACTICE WAT MAAKT EEN GECOCREËERDE EXHIBITION'? TENTOONSTELLING ANDERS? Een events of practice exhibition combineert In een gecocreëerde tentoonstelling: dans, tentoonstellingen en participatie van een • bepaalt de gemeenschap hoe haar dans, muziek en dansgemeenschap om danstradities levend te tradities worden gezien, gehoord en ervaren; houden via cultureel-erfgoedinstellingen. Een dergelijke tentoonstelling brengt gecocreëerd • is er ruimte voor spontane, belichaamde en interactieve elementen, waarbij erkend wordt dat tentoonstellingsmateriaal, live dansevenementen en dans leeft, beweegt en moeilijk te 'bevriezen' is in een actieve danspraktijken samen, waardoor dansers, hun vitrinekast; gemeenschappen, erfgoedprofessionals en bezoekers met elkaar in contact komen. Het is een instrument • ligt de focus op het opbouwen van relaties, en niet voor intergenerationele overdracht en borging, en alleen op het opzetten van een tentoonstelling. een ruimte voor dialoog en culturele vitaliteit. Bovenal biedt het mogelijkheden om de zeggenschap en zichtbaarheid van de gemeenschap te versterken. STAPSGEWIJZE HANDLEIDING VOOR HET PROCES VAN COCREATIE STAP 1: BEREID JE VOOR OP SAMENWERKING – DENK NA OVER JE EIGEN ROL EN MOTIVATIE STAP 2: LEER EERST DE GEMEENSCHAP KENNEN – VOER VELDWERK ZORGVULDIG UIT STAP 3: SAMEN GEMEENSCHAPPELIJKE DOELEN BEPALEN STAP 4: MIDDELEN STAP 5: ONTWERP SAMEN HET FORMAT STAP 6: BEREID JULLIE SAMEN VOOR OP EEN DIVERS PUBLIEK STAP 7: EVALUEER DE SAMENWERKING STAP 8: PLAN VOOR NA DE TENTOONSTELLING STAP 1: BEREID JE VOOR HTL OP SAMENWERKING – DENK NA OVER JE EIGEN ROL EN MOTIVATIE VRAAG JEZELF ALS ERFGOEDDRAGER IJ OF DANSGEMEENSCHAP HET N VOLGENDE AF: VRAAG JEZELF ALS E ERFGOEDPROFESSIONAL HET Heb ik behoefte aan steun van VOLGENDE AF: buitenaf om mijn traditie over N VO Waarom wil ik met deze te dragen en te delen? gemeenschap samenwerken? Wat hoop ik te bereiken met Welke verantwoordelijkheden de samenwerking? Welke bezorgdheden of grenzen draagt mijn instelling bij het heb ik? borgen van levend erfgoed? OR CASESTUDY’ Ben ik klaar voor een proces dat tijd, flexibiliteit VOOR BEIDEN: en gedeelde zeggenschap Wees transparant over vereist? Boodschap verwachtingen en beperkingen aan dansgemeenschappen: (bijv. financiering, tijd). Het is legitiem om bepaalde kennis of praktijken uitsluitend binnen de gemeenschap te houden. STAP 2: LEER EERST DE Boodschap LAAT RUIMTE VOOR HET GEMEENSCHAP KENNEN ONVERWACHTE aan dansgemeenschappen: – VOER VELDWERK Dit is jullie ruimte om jullie visie, In Noorwegen begonnen de ZORGVULDIG UIT bezorgdheden en hoop te uiten. instellingen met een enquête, Veldwerk gaat niet alleen over Veldwerk betekent tijd doorbrengen gevolgd door bijeenkomsten en 'bestudeerd' worden – het moet met de dansgemeenschap om een dansfeest. Pas tijdens de voelen als het begin van een vertrouwen op te bouwen, tweede bijeenkomst deelden ze respectvol gesprek. haar praktijken te begrijpen en hun eigen doelen, zodat dansers TIE rechtstreeks van haar te leren – in alle openheid vragen konden M tijdens repetities, bij optredens, beantwoorden als: Hoe kunnen we op informele bijeenkomsten en je helpen? Wat zijn je dromen voor E via gesprekken. Het doel is om de de toekomst? gemeenschap te leren kennen: wat T D zijn de verschillende groepen binnen A de gemeenschap, wat zijn hun GEBRUIK VAN ARCHIEFMATERIAAL N danstradities, hoe dragen zij kennis In Roemenië deelden museummedewerkers over en wat zijn hun behoeften archiefmateriaal om gesprekken op gang te en perspectieven. Veldwerk brengen en de dialoog op lokale kennis te legt de basis voor betekenisvol, SGEM baseren. gelijkwaardig partnerschap. 02 STAP 3: SAMEN IN C GEMEENSCHAPPELIJKE NS' DOELEN BEPALEN TIO BI Neem de tijd om samen het doel van HI de samenwerking te bepalen. Dit is een EX cruciaal moment om verwachtingen, E behoeften en mogelijkheden op elkaar IC af te stemmen. Idealiter sluiten de ES TU AS CT DY’S vastgestelde doelen aan bij behoeften R C zoals: een traditie nieuw leven inblazen, RA EN meer jongeren betrekken, het publieke P 'E TS VEN bewustzijn vergroten, documenteren, OF intergenerationele kennisoverdracht of het creëren van ruimte voor dansbeoefening. STAP 4: MIDDELEN VRAAG JE SAMEN HET VOLGENDE Boodschap AF ALVORENS VERDER TE GAAN: aan dansgemeenschappen: Denk na over de mogelijke impact Hebben we de nodige kennis CULTURELE INTERMEDIAIRS – zowel positief als negatief – en middelen? van samenwerking met de Is de financiering geregeld? In Griekenland fungeerden cultureel-erfgoedinstelling. Heb Is er voldoende tijd en dansleraren als culturele je bezorgdheden? Bespreek deze capaciteit? intermediairs die een brug openlijk met de erfgoedwerkers. Zijn er plaatsen beschikbaar? sloegen tussen instellingen en gemeenschappen. Zij faciliteerden de dialoog, voerden VERTROUWEN OPBOUWEN gesprekken over erfgoed en In Roemenië aarzelden pleitten voor inclusieve borging. sommige dansers om met het museum samen te werken. 04 Het museum reageerde met kennismakingssessies, waarbij een ICE EX HIB gastvrije sfeer werd gecreëerd RACT en actieve betrokkenheid werd F P gestimuleerd. TS O IT IO STAP 5: ONTWERP PLAN ZORGVULDIG VOOR SAMEN HET FORMAT SAMENWERKINGSELEMENTEN ZOALS FILMOPNAMES ERKEN DAT DANS BELICHAAMD, In het Sloveens Etnografisch MUZIKAAL, SOCIAAL EN VAAK VLUCHTIG IS. GA DUS VERDER Museum waren testsessies DAN STATISCHE DISPLAYS. en open communicatie vóór ONDERZOEK SAMEN: filmopnames cruciaal, omdat Boodschap interactieve installaties dansers vaak instinctief aan dansgemeenschappen: (video's, dansruimtes); bewegen en niet gewend zijn om Jullie actieve deelname blijft live oefenevenementen voor de camera op te treden. essentieel tijdens de uitvoering. dans combineren met live leidend bij bepaalde inhoudelijke LUISTER NAAR DE BEHOEFTEN muziek; beslissingen. binnen de tentoonstelling die Jullie kennis en ervaring is best voorwerpen die verhalen ZO NODIG AAN VAN DE GEMEENSCHAP EN PAS ondersteunen (kostuums, instrumenten, foto's); Toen live dans tijdens PRACTICE E en andere opties. openingstijden moeilijk bleek, OF reageerde het Sloveens Etnografisch Museum door de TS bezoekers virtuele interactieve workshops aan te bieden. EN V STAP 6: BEREID JULLIE BRENG DE TENTOONSTELLING BUITEN DE 'E SAMEN VOOR OP EEN MUREN VAN HET INSTITUUT DIVERS PUBLIEK In Slovenië brachten pop-up displays in EN Jullie tentoonstelling kan het gemeenschapscentrum en workshops S (en zou best) verschillende in lokale scholen de tentoonstelling Y’ doelgroepen bereiken: het grote terug naar de gemeenschap, waardoor publiek dat niet bekend is met de mensen weer in contact kwamen met D traditie, cultuurdragers, ouderen, hun danserfgoed. jeugdgroepen en scholen, ... TU WERK SAMEN OM: GEBRUIK DANS TER BEVORDERING VAN ES taal en formats toegankelijk WELZIJN te maken; In Hongarije omvatten dansworkshops oudere of minder mobiele voor alle leeftijden een speciaal AS 06 bezoekers alternatieven te programma voor mensen met dementie, C bieden; waarbij zowel staande als zittende je activiteiten inclusief zijn en erbij te betrekken en de lichamelijke en indien nodig bij te sturen. geestelijke gezondheid te bevorderen. R regelmatig te controleren of dansen werden gebruikt om iedereen V EN OO STAP 7: IJ EVALUEER DE N SAMENWERKING ALS DE PROJECTFASE VAN E HET REALISEREN VAN DE N VO TENTOONSTELLING IS AFGEROND, DENK DAN SAMEN NA OVER DE OR CASESTUDY’ SAMENWERKING: Wat werkte goed? Wat is voor verbetering vatbaar? Hoe heeft de tentoonstelling RA bijgedragen aan de borging van dans? CT Hoe kan de ervaring dienen als input voor toekomstige IC initiatieven? E E IBIT STAP 8: PLAN COC VOOR NA DE XH TENTOONSTELLING REA TIE M BORGEN VAN IMMATERIEEL ERFGOED VERDERE SAMENWERKING IS EEN WERK DAT NOOIT STOPT. EEN In Noorwegen werd de GECOCREËERDE TENTOONSTELLING IS E GEEN EINDPUNT, MAAR KAN LEIDEN TOT: samenwerking na de T D doorlopende dansworkshops; events of practice exhibition voortgezet met tour langs A educatieve programma's; scholen, de promotie van N SGEM rondreizende versies voor scholen en traditionele dans en muziek gemeenschapscentra; digitale archieven of virtuele Scandinavische genres en de tentoonstellingen voor de op het wereldkampioenschap diasporagemeenschap; vertegenwoordiging van de EENSCHAPPEN belangen van de gemeenschap permanente ruimtes voor 08 in culturele, politieke en dansbeoefening op toegankelijke locaties. academische netwerken.